-
1. Geschiedenis van de Roddelbladen
2 september 2003 (30 minuten)
In 1974 werd de Nederlandse pers verrijkt met het blad Story: het allereerste roddelblad. Respectabel Nederland was ervan overtuigd dat het niets kon voorstellen, want Nederlanders waren toch veel te nuchter voor zulke klinkklare onzin? Niets bleek minder waar. Een geschiedenis van de roddelbladen in Nederland, met o.a. Henk van der Meyden en Sonja Barend.
-
2. Chili en de dood van Allende
9 september 2003 (30 minuten)
Op 11 september is het dertig jaar geleden dat de wereld werd opgeschrikt: Militairen pleegden een staatsgreep in Chili. Het presidentieel paleis werd gebombardeerd, Allende, de socialistische president vond de dood, de generaals van de verschillende strijdmachten namen de macht over. ‘ Voor een maand of zes,’ dachten de meeste Chilenen, ‘en dan trekken die soldaten zich weer netjes terug in hun kazernes.’ ‘Ik moet u bekennen dat ik een fles champagne opentrok toen ik van de staatsgreep hoorde,’ vertelt rechter Guzman, die zich vooral bezig houdt met de schending van de mensenrechten onder Pinochet's dictatuur. ‘Er moest wat gebeuren. Het land was een chaos.’
-
3. Gijzeling Franse Ambassade
16 september 2003 (30 minuten)
Prinsjesdag 1974. Geen gouden koets op het Voorhout, maar een gijzeling in de Franse ambassade. Andere Tijden kijkt met de direct betrokkenen terug: de agente die door haar rug werd geschoten, de ministers die de terroristen hun zin gaven, en het losgeld dat we nooit helemaal terugkregen.
-
4. Begin van de TV
23 september 2003 (29 minuten)
Achteraf gezien zou je zeggen dat het sneller had gekund, de invoering van televisie in Nederland. Al in 1884 ontdekte Paul Nipkov zijn beroemde draaiende schijf met lichtgaatjes, het fundament voor de mechanische televisie. Eind jaren twintig werden de eerste televisietoestellen gemaakt en vanaf 1935 waren er geregeld uitzendingen in Duitsland, Engeland en Amerika. Waarom duurde het dan tot 2 oktober 1951, voor de eerste Nederlandse televisie-uitzending de lucht in ging?
-
5. Ayatollah Khomeiny
30 september 2003 (30 minuten)
Teheran is in de winter van 1979 het toneel van dramatische gebeurtenissen. Op 16 januari staat de sjah klaar voor vertrek. Voor het paleis is geen pers aanwezig, alleen een kleine schare leden van de hofhouding. Op het laatste moment werpt iemand van de Keizerlijke Garde zich op de grond om de voeten van zijn meester te kussen, dan springen bij iedereen de tranen in de ogen en bestijgt de sjah de helikopter om nooit meer terug te keren. Een paar weken later landt op het vliegveld een toestel uit Parijs: ayatollah Khomeiny keert terug na vijftien jaar ballingschap. Het land zindert van opwinding en blijdschap, miljoenen mensen vertrappen elkaar bijna om hem welkom te heten. Pas later wordt het treurspel duidelijk: het volk van Iran heeft een potentaat verjaagd om een dictator terug te krijgen.
-
6. Ontwikkelingshulp Jamaica
7 oktober 2003 (28 minuten)
Op het Caribische eiland Jamaica regeert in de tweede helft van de jaren zeventig de socialist Michael Manley. Jamaica is een ontwikkelingsland en Nederland verstrekt ontwikkelingshulp. Sterker nog, Nederland is het grootste donorland van Jamaica en het land dat de zachtste voorwaarden aan die ontwikkelingshulp stelt. Tussen 1978 en 1980 verstrekt Nederland in totaal voor ruim 100 miljoen gulden aan leningen bij vooruitbetaling, geld waarvan onduidelijk is wat ermee gebeurde.
-
7. Bleekneusjes van 1945
14 oktober 2003 (30 minuten)
Oorlogskinderen. Verzwakt door de honger en aangeslagen door de ellende die ze om zich heen hadden gezien, mochten duizenden Nederlandse kinderen in 1945 op adem komen, in Engeland, Denemarken of Zweden. In Andere Tijden hun verhalen, hun herinneringen en de teruggevonden filmbeelden.
-
8. Papa Godett
21 oktober 2003 (30 minuten)
Sinds haar broer de verkiezingen won en Mirna Godett in zijn plaats premier werd, beheerst de familie Godett het nieuws van de Antillen. Meer dan dertig jaar geleden was het hun vader, Wilson ‘Papa’ Godett, die Nederland in beroering wist te brengen. Op Curaçao is hij beroemd en weet iedereen wie hij is. In Nederland zijn er maar weinig mensen die van hem hebben gehoord. Wie was ‘Papa’ Godett en wat heeft hij voor Curaçao betekend?
-
9. Sterrengebergte (John J. Staats en Herman Verstappen)
28 oktober 2003 (30 minuten)
In 1959 vond deze laatste onderneming plaats. Het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG) en de Maatschappij voor Natuurwetenschappelijk Onderzoek in Oost- en West-Indië rustten een expeditie uit naar het Sterrengebergte in het binnenland van Nieuw Guinea. Het wetenschappelijke team bestond uit geologen, fysisch geografen, een cartograaf, cultureel en fysisch antropologen, plant- en dierkundigen. Verder waren er twintig mariniers gecontracteerd, twintig politieagenten, twee artsen, twee medische hulpen, drie lokale ambtenaren en een commissaris van politie. Als dragers waren zo'n dertig Papoea's ingehuurd. Bewoners van omliggende dorpen werkten mee aan de bouw van de gebouwen in de bivakken. De expeditie werd geplaagd door tegenslag: De twee helikopters bleken op grote hoogte veel minder vracht te kunnen vervoeren dan gedacht. Bovendien verongelukte er één. Halverwege het verblijf in Nieuw Guinea was ook nog het geld op. Als Scheepsbouwer Verolme niet 200.000 gulden had bijgepast, hadden de reizigers voortijdig naar huis gemoeten. De opzet van de expeditie was traditioneel: alles wordt verzameld om thuis in alle rust te kunnen analyseren. Op verschillende hoogten worden gesteenten, grondsoorten, flora, fauna en mensen bestudeerd. Een van de expeditieleden is een fysisch antropoloog die 'mensenmaten' van de plaatselijke bevolking verzamelt, variërend van de totale lengte tot de breedte van de kaak en de dikte van de lippen. Van een grote wetenschappelijke publicatie is het nooit gekomen. De verzamelde dieren en planten (opgezet, gedroogd, of op sterk water) worden bewaard bij het museum Naturalis in Leiden. In het Amsterdamse Tropenmuseum moeten nog dozen met allerlei soorten Papoeahaar staan.
-
10. De Fouryo's en de Lipsischritt
4 november 2003 (29 minuten)
The Fouryo's: Deze week verschijnt het nieuwe boek van Constant Meijers over Rock'n Roll in Nederland: 'Kom van dat dak af'. Begin jaren vijftig ontstond er in Amerika een nieuwe muziekstroming: de Rock'n Roll. Kopstukken van deze stijl waren Billy Haley en Elvis. Ook Nederland raakte in de ban van deze jeugdmuziek. Wij kregen onze eigen 'grote namen'. Eén daarvan was de band The Fouryo's: één van de eerste Nederlandse popgroepjes voor en door jongeren. Lipsischritt: Terwijl eind jaren vijftig heel de westerse wereld in de ban was van de Rock&Roll, introduceerde de DDR in 1959 haar eigen dansmuziek: de 'Lipsischritt'. René Dubianski componeerde het deuntje en dansleraren Helmut en Christa Seifert bedachten de pasjes. Alledrie kwamen ze uit Leipzig, vandaar de naam Lipsi. Deze dans en muziek waren bedoeld als Oost-Duits alternatief voor de Amerikaanse Rock&Roll, die de socialistische staat vanzelfsprekend liever buiten de deur hield. 'De Lipsischritt lijkt wel een epidemie', verkondigde de Oost-Duitse televisie. Als we de reclamefilmpjes uit die tijd mogen geloven, was de hele DDR volstrekt verslaafd aan de dans.
-
11. Mijnramp 1956
11 november 2003 (30 minuten)
Op 8 augustus 1956 wordt het Waalse stadje Marcinelle getroffen door een catastrofe. Een op los geraakt kolenwagentje veroorzaakt kortsluiting, waardoor diep onder de grond brand uitbreekt. De ingesloten mijnwerkers kunnen geen kant meer op. Na twee weken zoeken brengt een Italiaanse reddingswerker het rampzalige nieuws: ‘Tutti cadaveri’, allemaal lijken. Alle 262 vermiste mijnwerkers zijn omgekomen, onder hen 136 Italiaanse gastarbeiders.
-
12. Kennedy en de Media
18 november 2003 (30 minuten)
Veertig jaar geleden werd hij vermoord – maar vergeten is hij nooit. John F. Kennedy, de meest charismatische president die Amerika ooit heeft gehad. En de meest telegenieke. In Andere Tijden de vraag hoe hij dat deed, en hoe hij de journalisten om zijn vinger wond.
-
13. Huguenot van der Linde/Elena Ceausescu
25 november 2003 (30 minuten)
Een Nederlandse filmmaker die in 1973 een Oscar won, en die daarna volkomen vergeten is. Charles Huguenot van der Linden is de naam - in speelfilms en documentaires. Andere Tijden haalt hem onder het stof vandaan. Daarnaast wordt het zogenaamde wetenschappelijke werk van Elena Ceausescu behandeld.
-
14. Jamin
2 december 2003 (30 minuten)
Drie dagen voor Sinterklaas komt Andere Tijden met een reportage over de ondergang van Nederlands beroemdste zoetwarenfabriek: Jamin. De naam van dat Brabantse concern leeft weliswaar voort in de winkelketen die heeft kunnen overleven, maar het hart van het bedrijf is in de jaren tachtig toch stilgevallen – zoals dat bij zoveel familiebedrijven is gebeurd. Uit de reconstructie van Andere Tijden blijkt zonneklaar dat een familiebedrijf extra veel moeite heeft om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden. Onder “Meneer Jamin” – eigenaar directeur Eef Jamin – had het bedrijf een ongekende bloei doorgemaakt, uiteindelijk tot wel zeshonderd winkels en een florerende fabriek in Oosterhout. Maar toen de markt verslechterde door de opmars van de supermarkten, die volop snoep gingen verkopen, reageerde Jamin te laat. De fabriek bleef lang exclusief voor de eigen winkels produceren, en de winkels moesten lang uitsluitend producten uit de fabriek verkopen. Ook de bedrijfscultuur hield lange tijd paternalistische trekjes, met een speciale dinerkamer voor de directie als treffend voorbeeld. In Andere Tijden vertellen betrokkenen veel details over de bloei en de ondergang van Jamin. Er zijn ook, zoals steeds bij dit programma, volop archiefbeelden te zien, onder andere de fameuze Meneer Jamin-spotjes van Ton van Duinhoven.
-
15. De Bevalling
9 december 2003 (27 minuten)
Er is een Prins geboren. Donderdagavond 27 april 1967 denderde het nieuws door het land. Eindelijk was het dan zover. Na 116 jaar weer een toekomstige Koning. Twee weken te laat geboren maar hij was gezond, een halve meter lang en 3850 gram zwaar. Met een operatieve ingreep van professor Plate en onder narcose ter wereld gekomen, dat wel. Zijn naam bleef nog een paar dagen geheim. Nederland vierde feest. Op 24 oktober 1966 maakte de Rijksvoorlichtingsdienst het officieel bekend. Prinses Beatrix is in verwachting. De geboorte kan “omstreeks april” verwacht worden. Zoals wel vaker als het om nieuws over de koninklijke familie ging had een buitenlandse krant, dit keer The Observer, al op 8 oktober geschreven dat binnenkort officieel bekend gemaakt zou worden dat Beatrix een baby verwachtte. Een welkome boodschap na een tumultueuze periode met als hoogtepunt het memorabele huwelijk op 10 maart 1966. Nederland bleek nog niet klaar voor een huwelijk met een Duitser en liet dat merken ook. Een mooi feest was ze niet gegund, wel opstand, rellen en rookbommen. Binnen een jaar verdween de scepsis, er was geen mens meer die bezwaar had tegen de Duitse gemaal, zelfs de progressieven sloten hem in de armen. Er was geen oog meer voor kritiek, het wachten was nu op mooi nieuws. De Oranjeverenigingen maakten zich op voor vreugdefeesten. Fotografen lagen maanden in de bosjes rond kasteel Drakensteyn om maar niets van het babynieuws te missen. De RVD bereidde zich voor op een grootscheepse operatie. De beschuitenfabrieken draaiden overuren. De Gele Rijders van de 11de afdeling Rijdende Veldartillerie uit Schaarsbergen oefenden de saluutschoten die afgevuurd zouden worden bij de geboorte. De kinderrijke Amsterdamse familie van Dijk oefende op het lied “Wat brengt de ooievaar op Drakensteyn”. Vader, moeder en negen kinderen togen naar Drakensteyn en zongen het daar temidden van mensen die hun eigen cadeaus brachten, gehaakte babykleren, zelfgemaakte miniaturen en zelfs een kinderwagen. Professor dr. W.P. Plate, de grote man van de afdeling verloskunde van het Academisch Ziekenhuis Utrecht stond inmiddels op scherp.
-
16. Het Raadsel van Reve
16 december 2003 (29 minuten)
Tachtig jaar wordt hij, de Grote Volksschrijver Gerard Reve. Nooit een saai moment in zijn lange loopbaan, altijd klare wijn geschonken, maar één punt is altijd mysterieus gebleven: die woeste uitval tegen de zwarte medemens, midden jaren zeventig, was dat nu ernst, of ironie? Andere Tijden over het Raadsel van Reve.
-
17. Ouwehands Dierenpark
23 december 2003 (29 minuten)
Het is 16 februari 1945. De bevolking van Rhenen is geëvacueerd. Op de Grebbeberg, in Ouwehands Dierenpark is een paar man achtergebleven om de dieren te verzorgen. Van de Duitse bezetter hebben ze daarvoor speciale toestemming gekregen. Maar de geallieerden komen dichterbij en de Duitse legerleiding wil dat nu ook de laatste burgers uit het oorlogsgebied vertrekken. In dat geval zullen alle dieren van de honger sterven of door de Duitsers worden opgegeten. Daarom besluiten de mannen om weg te gaan met alle dieren die ze mee kunnen nemen. Maar waar naar toe, dat weet nog niemand…
-
18. Bilderberg-conferentie 1954
6 januari 2004 (30 minuten)
Streng beveiligd, ver weg van opdringerige journalisten en diep verscholen in de bossen van Oosterbeek kwamen in 1954 vooraanstaande staatslieden, financiers en intellectuelen uit Europa en de Verenigde Staten bijeen. Ze waren uitgenodigd door Prins Bernhard om in hotel De Bilderberg te discussiëren over de almaar groeiende kloof tussen Europa en Amerika. Een unieke poging om nader tot elkaar te komen, begrip te kweken voor elkaars standpunten en zo mogelijk consensus te bereiken in een tijd dat Westerse landen steeds meer van mening verschilden over de gevaren van het communisme en tegelijk beseften dat ze niet uit elkaar gespeeld wilden worden.
-
19. TBR
13 januari 2004 (30 minuten)
Gevaarlijke, misdadige psychopaten. Wat moet je er mee? Ze plegen zo weer een moord, sluit ze voor eeuwig op, roept de een. Onverbeterbaar, doodschieten maar, meent een ander. Ze zijn in de war en hebben recht op behandeling en goede zorg, vindt een derde. Iedereen heeft er een mening over en niemand weet precies wat je nou aanmoet met ontoerekingsvatbare misdadigers. Andere Tijden over en met de pioniers en idealisten achter de TBR, Ter beschikking van de Regering, teneinde van harentwege te worden verpleegd.
-
20. Bombardement van Nijmegen
20 januari 2004 (28 minuten)
22 februari 1944 wordt ook wel de zwartste dag uit de Tweede Wereldoorlog in Nederland genoemd. Bij een bombardement op Nijmegen kwamen bijna 800 mensen om en werden grote delen van de oude binnenstad in puin gelegd. Anders dan Rotterdam was dit geen gericht bombardement van de Duitsers, maar een vergissingbombardement, uitgevoerd door de Amerikanen. De grote vraag is jaren geweest hoe heeft dit kunnen gebeuren? Was het echt een ongeluk, of had de Nederlandse regering in ballingschap inderdaad toestemming gegeven, zoals de Duitsers beweerden? Zestig jaar na de ramp zijn de meningen nog steeds verdeeld. Alfons Brinkhuis, schrijver van het boek ‘De Fatale Aanval’ over de bombardementen van die dag, houdt het op een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Stomme pech. Nijmegen was niet de enige stad in Nederland die 22 februari getroffen werd door de Amerikaanse bommenwerpers; ook Arnhem, Deventer en Enschede werden geraakt. Enschede werd ook in 1943 al getroffen door een vergissingsbombardement, net als Rotterdam.
-
21. Floris
27 januari 2004 (28 minuten)
Op 30 maart wordt in Amsterdam aan Paul Verhoeven de Bert Haanstra Oeuvreprijs uitgereikt. Deze prijs wordt beschouwd als de belangrijkste Nederlandse filmprijs. In het juryrapport wordt Verhoeven een voorbeeld genoemd voor jongere generaties filmers, zowel in Nederland als in Hollywood. ‘Paul Verhoeven stimuleerde mede door zijn niet te stuiten energie en uitstraling de carrières van velen’. ‘Turks Fruit’, ‘Soldaat van Oranje’, ‘RoboCop’en ‘Basic Instinct’ zijn een aantal van Verhoeven’s bekendste films. De start van zijn grote carriere ligt echter bij televisie. In het najaar van 1969 verscheen de NTS jeugdserie ‘Floris’ dertien weken achter elkaar op het scherm. De 29-jarige Verhoeven had de regie van de serie gedaan. De serie betekende niet alleen de het begin van een succesvolle carrière voor de regisseur, maar ook voor scenarioschrijver Gerard Soeteman en niet te vergeten voor Floris zelf: Rutger Hauer. Wat is eigenlijk het verhaal achter ‘Floris’, wie heeft de serie bedacht en wat is er waar van de geruchten over ruime budgetoverschrijdingen? Kortom: hoe kwam ‘Floris’ tot stand?
-
22. WK Schaatsen
3 februari 2004 (28 minuten)
‘Geef me een half uurtje en ik heb de slag weer te pakken’, zegt Wim van der Voort terwijl hij over de oude schaatsbaan van Hamar krabbelt. Hij heeft vijftien jaar niet geschaatst, maar je kunt zien dat hij het niet is verleerd. De baan ligt er verlaten bij, het is koud, er ligt sneeuw. In de verte ligt het Vikingskipet, de overdekte schaatstempel van Hamar waar de Nederlanders vandaag de dag heer en meester zijn. Maar de omstandigheden zijn in de afgelopen vijftig jaar veranderd. Van der Voort is één van de Nederlanders die vlak na de oorlog naar Hamar werden gestuurd om te trainen. ’s Zomers werd er getraind in Overveen, conditietraining onder leiding van de vermaarde dr. Carlier. Droogschaatsen, hardlopen, met elkaar op de rug de duin bij ‘Kraantje Lek’ op rennen, zo vaak als je kon. Volgens schaatser Cockie van der Elst was er conditioneel niets mis met de Nederlanders. ‘Maar we misten schaatsritme. Geen ijservaring. Bij de huidige schaatsers gaan conditie en ijservaring gelijk op. Wij konden pas in Hamar leren schaatsen’. En dat loopt niet altijd even soepel. Waar alle oud-schaatsers Carlier roemen om zijn conditietrainingen, herinnert Van der Elst zich ook nog de aankomst in Noorwegen in 1952. Schaatscoach Klaas Schenk klapte in zijn handen en riep: ‘Het is een olympisch jaar, we gaan er tegenaan, we beginnen met een 10000 meter’. Van der Elst kan er nog kwaad om worden. Het was de eerste keer dat de mannen dat jaar ijs zagen. En om dan te beginnen met een tien kilometer, grenst aan sportieve zelfmoord. Niemand voltooit die dag de vierentwintig ronden.
-
23. Hasj
10 februari 2004 (29 minuten)
Pollem, Zero-Zero, Primera, Maroc, Spoetnik, Puntje, Superpuntje.....de bezoeker van een hedendaagse Nederlandse coffeeshop kan kiezen uit een variëteit aan hasj die doet duizelen. Wat dat betreft verkeert de hedendaagse softdrugs-gebruiker in een paradijs vergeleken met de jaren rond de Tweede Wereldoorlog. Maar als het gaat om de rechtspositie van de gebruiker is er in feite niets verbeterd. Voor 1953 is het bezit en de produktie van cannabis namelijk niet opgenomen in de Opiumwet, die oorspronkelijk uit 1919 stamt. Hasj en marihuana zijn hier nog nauwelijks bekend en er is dan ook geen reden om het te verbieden. Een heel kleine groepje maakt in die dagen van de gelegenheid gebruik en geniet vrijelijk van een ‘blowtje’. Zo rapporteert de Rotterdamse politie voor de oorlog over Noordafrikaanse en Arabische kooplieden die hasj rokend in de havenstad worden aangetroffen en ook in artistieke kringen, met name bij schrijvers, schijnt het spul niet onbekend te zijn. Er is niemand die zich er druk over maakt. Vlak na de oorlog ontstaat er echter een andere situatie en dan verschijnt al snel de eerste publikatie. In het Tijdschrift voor Strafrecht uit 1949 signaleert de jurist Van Wolferen twee groepen nieuwe gebruikers. In Duitsland gelegerde Amerikaanse militairen die voor verlof naar onze hoofdstad komen, gebruiken en verkopen cannabis. Daarnaast zijn er de jazzmusici, meestal ook Amerikanen, die hun drugs aangeleverd krijgen van Creoolse zeelieden. Marihuana-sigaretten worden volgens Van Wolferen voor ongeveer f 1,- verkocht aan “...swingmusici, negers en blanke musici, die zich in deze muziek trachten in te leven. De handel is geconcentreerd in Rotterdam op Katendrecht en in Amsterdam op de Zeedijk en Nieuwedijk, de enige plaatsen n.l., waar de weinige negerorkestjes, welke ons land rijk is, emplooi vinden.” Menig jazzliefhebber wordt door de Amerikanen aangestoken en zo breidt de groep gebruikers zich langzamerhand uit tot een kleine kring intellectuelen, voornamelijk kunstenaars en studenten, die op zoek zijn naar nieuwe muziek en nieuwe ervaringen. Ook Simon Vinkenoog komt in de jaren ’50 via Amerikanen met hasj in aanraking en kan nog lyrisch uitwijden over z’n eerste trekje: ‘Dat was op een vroege ochtend in Les Halles in Parijs. Dat was een zeer levend stadsdeel, een open centrale markt waar vrachtwagens langskwamen, vlees, groenten, fruit, omringd door heel veel terrasjes en cafeetjes en restaurantje die open waren. Ik was daar met een aantal Amerikaanse vrienden en wat naderhand een joint zou gaan heten ging rond en kwam bij mij; “Cowboy tobacco, just inhale” En sindsdien ben ik die Cowboy. Want het tintelde en het deed het me wat. Ik was in plezierig gezelschap, iedereen genoot en het was bij wijze van spreken de vrijheid zelf...dat was in 1952 of 1953.’
-
24. Vluchtelingen / Spaanse Griep
17 februari 2004 (30 minuten)
VLUCHTELINGEN Als een uitgeprocedeerde asielzoeker een gezicht krijgt, en veelvuldig op de televisie verschijnt, ontstaat er zo’n hevige druk dat het vrijwel onmogelijk wordt de uitzetting te laten doorgaan. Die stelling is het uitgangspunt in een actuele uitzending van Andere Tijden over de manier waarop in 1988 een groep Syrische christenen na veel tumult een verblijfsvergunning kreeg. Staatssecretaris Korte-Van Hemel (CDA) wilde toen voet bij stuk houden en de uitgeprocedeerde asielzoekers uitzetten. De eerste drie waren twee moeders en een kind, die onder hevige protesten in een vliegveld werden gezet.. Van die moeder waren vijf andere kinderen nog in Nederland. Een van die kinderen, Caroline Saado, kwam toen voluit in de publiciteit, in o.a. het Jeugdjournaal en bij Sonja Barend. DE SPAANSE GRIEP Andere Tijden besteedt ook nog aandacht aan een andere actuele zaak: de dreiging van een internationale griepgolf. Het geschiedenisprogramma van NPS en VPRO herhaalt delen van een eerder uitgezonden reportage over de Spaanse griep, die in 1918 in Europa meer slachtoffers maakte dan de eerste wereldoorlog had gedaan. Ook in Nederland werden sommige gebieden ernstig getroffen, zoals het Drentse Hollandscheveld waar bijna huis aan huis mensen bezweken aan de griep die vaak gepaard ging met toen nog niet adequaat te bestrijden longontstekingen.
-
25. Iran / Springschoenen
24 februari 2004 (28 minuten)
IRAN Met de aardbeving in Bam eind 2003 wordt Iran niet voor het eerst getroffen. In de nacht van 31 augustus op 1 september 1962 treft een aardbeving een groot onherbergzaam gebied, waaronder het plaatsje Dousadj. In 1963 begint de wederopbouw van het dorp, een initiatief van de Europese Werkgroep, onder leiding van prinses Beatrix. SPRINGSCHOENEN Bij gebrek aan oorlog wordt patent 123904 niet in productie genomen Triomfantelijk stort Jan Bakker twee plastic supermarkt zakken midden in zijn woonkamer leeg. Op de tweede verdieping van zijn flat, die uitkijkt over het Scheveningse strand, rollen twee paar legerschoenen over de grond. Een reusachtig paar sandalen, maat 54, en een paar hoge bruine legerlaarzen. Het is schoeisel zoals dat tijdens de Tweede Wereldoorlog aan tienduizenden parachutisten werd uitgereikt. Met een opmerkelijk verschil. Beide zijn ze uitgerust met zes centimeter grote ijzeren springveren die met forse bouten zijn bevestigd aan zool en hak. De schoenen zien er uit als de bizarre vinding van Wiley Coyote, de tekenfilmwolf die met springveren onder de zolen reusachtige sprongen kan maken in de achtervolging op aartsvijand Roadrunner. Tijdens de oorlog had dit bizar ogende dit schoeisel het antwoord moeten worden op het almaar toenemende aantal gebroken en verzwikte enkels van geallieerde parachutisten. Vele geallieerde testen leren dat het idee simpel, doeltreffend en zelfs levensreddend is. Het Nederlandse leger wil het idee wel te gelde maken en maakt een ronkende promotiefilm, maar het mag niet baten. De springschoenen zullen nooit in productie worden genomen. Niet vanwege een verwacht gebrek aan succes maar wegens een gebrek aan oorlog.
-
26. Dood op het Circuit
2 maart 2004 (30 minuten)
Ben Huisman stapt in zijn gele Porsche 911. Het is vroeg in de ochtend, zondag 29 juli 1973. Hij rijdt vanaf het vakantiehuisje aan de zuidelijke boulevard van Zandvoort naar het circuit. Het is een ritje van nog geen twee kilometer. Zijn vrouw en zijn kinderen, de latere coureurs Patrick en Duncan Huisman, nemen bij aankomst plaats op de hoofdtribune. Huisman rijdt vervolgens onder de baan door en parkeert de Porsche. Hij zoekt circuitdirecteur Johan Beerepoot op. Dit moet hún dag worden. Met z’n tweeën hebben ze zich maanden lang ingezet om Zandvoort weer op de Grand Prix-kalender te krijgen. In 1972 reden er geen Formule 1-wagens door de duinen. Het circuit was verouderd, de struiken groeiden de baan op. De internationale autosportbond en de coureurs lieten de kustplaats in 1972 links liggen: te gevaarlijk. De gemeente Zandvoort wilde daarom het circuit maar meteen sluiten. Er was tegenstand van de PvdA, dertien bewoners hadden bezwaar aangetekend en populair was Formule 1 in die dagen toch al niet. Het waren de eerste schermutselingen rondom de Nederlandse Grand Prix – en er zouden er tot diep in de jaren negentig nog vele volgen. Beerepoot, op dat moment nog secretaris van de Nederlandse Autorensport Vereniging, en Huisman – de penningmeester - staken in 1972 de koppen bij elkaar. Geen Grand Prix in Zandvoort, dat kon om de donder eenvoudig niet. Er moest natuurlijk wel geracet worden. Ze richtten de CENAV op, de Circuit Exploitatie Nederlandse Autorensport Vereniging. Beerepoot is de directeur. Ze beginnen fondsen te werven (‘overal en nergens vandaan’), investeren naar verluidt 2,5 miljoen gulden en de firma Smallegange uit Aerdenhout knapt de boel op. Er is nieuw asfalt, de uitloopstroken zijn verbreed, waar geen vangrail is komt vangrail en de oude vangrails wordt vervangen door betere. Er worden nieuwe pitboxen neergezet en er komt een mooie wedstrijdtoren. Huisman heeft het in die dagen zo druk met allerlei vergaderingen en besprekingen dat hij in het voorjaar van 1973 besluit met het hele gezin te verkassen naar een zomerhuisje in Zandvoort. De papierhandel in Elburg ‘gaat bijna op z’n bek’, maar Huisman is nu eenmaal gedreven. Hij zet zich in voor een veilig circuit. De papierhandel moet maar even zonder hem. Als hij in augustus terugkeert is de zaak bijna failliet. Huisman en Beerepoot treffen elkaar in de buurt van de wedstrijdtoren. Ze besluiten nog even ‘op de motorfiets een blokje over het circuit te rijden’. Ze bestijgen de motor. Tijdens hun rondgang zien ze dat alles er mooi uitziet. Hoe keurig alles is aangeharkt. De vlaggen wapperen, de zon straalt en de muziek schalt al door de luidsprekers. Het publiek stroomt binnen en zoekt een de plaats op de hellingen en duintoppen. Tachtigduizend man. Het verkeer staat vanaf Heemstede vast. Vandaag zal de NOS de Grand Prix van Nederland voor het eerst rechtstreeks op televisie uitzenden. Henk ‘Apollo Henkie’ Terlingen en Frans Henrichs zijn vanuit Hilversum naar Zandvoort gereisd om de beelden van commentaar te voorzien. ,,En Gijssie reed natuurlijk mee’’, herinnert Huisman zich. ,,Een Nederlander. Er viel ’s ochtends dus geen onvertogen woord. Ik geloof dat er alleen een bord hing dat protesteerde tegen de junta in Argentinië, want Carlos Reutemann reed mee, een Argentijn. Maar verder: het was halleluja, glorie, daar gaan we weer met z’n allen.’’
-
27. Drees en de PvdA
9 maart 2004 (30 minuten)
Het was een gok. Op 2 januari 1971 doet de journalist Frits van der Poel in het Vrije Volk voorspellingen voor het nieuwe jaar en voor 8 februari orakelt hij: ‘Drees verlaat de PvdA’. Het is niet helemaal uit de lucht gegrepen. Al langere tijd doen geruchten de ronde dat Willem Drees de PvdA zal verlaten. De oude staatsman heeft veel kritiek op de koers van de partij en uit dit ook publiekelijk in krantenartikelen. Maar de stap om daadwerkelijk uit ‘zijn club’ te treden, met alle publicitaire gevolgen van dien, is groot. Begin 1971 wordt de kwestie op scherp gezet. Zal Drees de partij, waaraan hij 67 jaar verbonden is geweest, daadwerkelijk een dolksteek toebrengen? Met Tweede Kamerverkiezingen in het vooruitzicht houdt de PvdA z’n hart vast. Ondertussen wikt en weegt de oude man.
-
28. Zeehondenjacht
16 maart 2004 (28 minuten)
In maart 1982 wordt resolutie 1-984/81 door het Europese parlement aangenomen. Deze resolutie maakt een einde aan de import van vellen van jonge zeehonden in Europa. Het is de bekroning van een actie die drie jaar eerder werd ingezet door de twee milieuactivisten Norman van Swelm en Fred Hess. In 1979 verblijven zij zeven weken aan boord van een Noors schip waarvan de bemanning in Canadese wateren op zeehonden jaagt. In deze periode leggen de twee op foto en film de gruwelijke jacht op klapmutsen en zadelrobben en hun jongen vast. Hun reportage verschijnt in maart 1980 in de Duitse Stern en in de Nieuwe Revu en leidt ertoe dat er een storm van verontwaardiging in Europa opsteekt. Niemand kan de beelden van doodgeslagen jonge zeehondjes en hun wanhopige moeders meer van het netvlies krijgen. Overal in Europa gaan mensen de straat op om tegen de jacht te protesteren, maar het zijn vooral de kinderen die massaal uiting geven aan hun verontwaardiging. Honderdduizenden handtekeningen worden overal in Europa aan Canadese ambassadeurs overhandigd en aan de keukentafel van haar woning in Driebergen belooft de nieuwe CDA Europarlementariër Hanja Maij-Weggen aan haar met afschuw vervulde kinderen: ‘Die zeehondenjacht, daar gaat mammie iets aan doen’. Vanaf de jaren tachtig is bont dus door de acties van onder andere Van Swelm, Hess en Maij-Weggen ‘not done’ meer in Nederland. Tot in de jaren zestig werd in Nederland echter heel anders gedacht over zeehonden. Voor de oorlog werd er door de overheid zelfs een premie gezet op het doden van zeehonden. Een afgesneden linker vlerk van een mannetje leverde twee en een halve gulden op en een vrouwtje deed zelfs een gulden meer. De vissers zagen de zeehonden als hun grote visserij concurrenten waar de fabel dat ze dagelijks hun lichaamsgewicht aan vis zouden opvreten aan meehielp. ‘Stinkdieren of stinkdingen noemden wij ze en wij vonden dat we ze zo snel mogelijk moesten doodslaan’, aldus Hans Bruin. De tachtigjarige Amelander, met stoere gouden oorring, vertelt met zichtbaar plezier hoe hij voor het eerst direct na de oorlog op zeehondenjacht ging. ‘Ik was gewoon een zeehond. Natuurlijk niet echt, ik deed alsof. Ik kleedde me uit en ging op het strand liggen en dan kruiste ik mijn benen, stak ze een beetje omhoog en wreef ze een beetje tegen elkaar en dan bleef ik zeker driekwartier zo plat liggen. En dan kwamen ze kijken, want ze zijn nieuwsgierig hoor en als ze dan het strand opkwamen dan kon ik ze schieten’. Naast het opruimen van de concurrentie zorgden de zeehonden voor een prima aanvulling op het verder karige menu volgens Bruin. ‘Direct na de oorlog was het echte armoede. We kunnen het ons nu slecht voorstellen want iedereen heeft nu te eten maar ik heb het meegemaakt dat we alleen een beetje suiker op brood hadden. Die zeehonden leverden wat extra’s op. De lever van de beesten aten we op. Die bak je, net als een varkenslever, gewoon even aan. We hebben eens een zeehond gevangen die was zo groot dat de lever maar net in een tien liter emmer paste. En dat velletje dat was zeker mooi meegenomen. In het begin maakte ik er tasjes voor moeder en tantes van en later verkocht ik de vellen aan de handelaar’.
-
29. De Huwelijksreis van Juliana en Bernhard
23 maart 2004 (30 minuten)
Aanvankelijk had Andere Tijden een uitzending over de binnenhuisarchitectuur van de jaren zeventig gepland, maar deze aflevering wordt nu uitgesteld naar een latere datum. De reportage over de huwelijksreis werd eerder uitgezonden in januari 2002, kort voor het huwelijk van Willem Alexander en Maxima.
-
30. Colijn
30 maart 2004 (30 minuten)
Hendrikus Colijn is misschien wel de meest verguisde Nederlandse president. Hoewel hij tijdens zijn regeerperiode zeer populair was, is hij achteraf zwaar bekritiseerd. Zijn economische beleid zou niet deugen en zijn verkeerde inschatting van de dreiging van Nazi Duitsland is hem zeer kwalijk genomen. Het beeld dat nu van Colijn bestaat is er een van keihard optreden, betuttelende toespraken en struisvogel politiek: ‘Gaat u maar rustig slapen.’ Toen in 1998 deel één van de biografie van Herman Langeveld uitkwam, barstte er nog meer verontwaardiging los over Colijn’s acties in Nederlandsch Indië. Toch was Colijn in de jaren dertig voor velen de sterke man die Nederland in een zware tijd nodig had.
-
31. Rwanda
6 april 2004 (29 minuten)
“Het moet ongeveer half negen ’s avonds zijn geweest,” zegt kapitein Robert van Putten, VN militair in de Rwandese hoofdstad Kigali, “dat het bericht binnenkomt dat het regeringsvliegtuig vlak boven het vliegveld is neergeschoten.” “We hoorden een explosie en we keken elkaar aan, en zeiden: Dit is niet iets wat wij gewend zijn, dit is wat anders. En dan denk je van: Dit is niet goed.” Zo herinnert zich de Nederlandse familie Muizebelt het moment dat niet alleen hun leven maar dat van honderdduizenden anderen in Rwanda voorgoed zal veranderen. Ook de Nederlandse expats Paul en Joyce de Roo, die op die avond bij hun Belgische vrienden op bezoek zijn, horen de explosies. “Ineens ging de telefoon en dat was de Belgische ambassadeur, en het gerucht ging dat de president vermoord was. Maar het was een gerucht, dus niemand wist het zeker.” Aan boord van het toestel bevonden zich de Rwandese president Habyarimana samen met zijn collega Ntaryamira uit het buurland Burundi. Direct na het incident verschijnen er soldaten in de straten van Kigali en worden de eerste mensen vermoord. “Op dat moment was al duidelijk dat het echt uit de hand ging lopen. Want in de tussentijd hadden we al gezien dat er groepen mensen met de handen omhoog of met de handen op het hoofd, apart werden genomen. We konden ook niet meer het centrum in, want een verschrikkelijk dronken soldaat maakte duidelijk dat wij geen meter verder konden rijden. En daarbij prikte hij met zijn loop zo’n beetje tegen mijn neus aan,” aldus kapitein Van Putten. Hij is als persoonlijk adjudant van de VN bevelhebber generaal Dallaire getuige van de gebeurtenissen rond die zesde april 1994. Samen met het 2000 man tellende contingent VN militairen lopen zij vanaf dat moment achter de feiten aan en kunnen de volkerenmoord op ruim 900.000 Tutsi’s en gematigde Hutu’s niet meer tegenhouden.
-
32. Optilon
13 april 2004 (28 minuten)
Libelle is jarig. Het meest gelezen Nederlandse vrouwenblad bestaat deze week zeventig jaar. De eerste Libelle verscheen op 13 april 1934. Een drukker die zijn persen wilde laten draaien ging een blad maken en koos als doelgroep de vrouw. Maatschappelijk kwam zij nauwelijks aan bod en de drie k’s, kerk, keuken en kinderen, vormden de kern van haar bestaan. Hoewel de eerste oplage Libelles verscheen in de crisisjaren stond op de omslag van het eerste blad een goedlachse vrouw met in haar ene hand een volle bos tulpen en in haar andere hand een aandoenlijke pup. ‘Een blij blad’, zo karakteriseert oud hoofdredacteur Peter Middeldorp, Libelle. Van 1972 tot 1978 leidde hij het vrouwenblad. Libelle is volgens hem vooral bedoeld voor gezelligheid. De Libelle-vrouw zit niet te wachten op zware politieke issues of artikelen over de verharding van de samenleving. Zij verwacht van Libelle artikelen die gaan over het leven van de vrouw, haar gezin, haar gezondheid en haar uiterlijk. Die gedachte heeft zich vanaf de oprichting van het blad tot nu doorgezet. Toch heeft zich onder leiding van Peter Middeldorp en zijn voorganger Dick Hendrikse ook bij Libelle een tijdelijke koerswijziging voorgedaan. Rond 1970 werd door de mannelijke hoofdredactie van Libelle besloten dat het blad progressiever moest worden. De vrouw moest haar huis uit en de arbeidsmarkt op en binnenshuis moest haar ondergeschikte rol ten opzichte van de man worden doorbroken. De emancipatiegolf was de Libelle-redactie binnengedrongen. Om uiting te geven aan dit gedachtegoed verscheen op 22 augustus 1970 een complete Dolle Mina bijlage bij de Libelle. Dolle Mina mocht zonder beperkingen een aantal bladzijden in het grootste vrouwenblad vullen. In de bijlage verzet Dolle Mina zich tegen de traditionele rolverdeling tussen man en vrouw, gaat zij de strijd aan met de burgerlijke volgzaamheid en zet zij de voor- en nadelen van ‘kresjes’ ter discussie. Naar aanleiding van deze Dolle Mina bijlage besluit de hoofdredactie van de Libelle een prijs in te stellen: de Wilhemina Druckerprijs.
-
33. Oranje 1974
20 april 2004 (28 minuten)
‘Ik ben bijna helemaal los, die duizend munten zijn weg’, zegt een vindingrijke Nederlander op archiefbeeld uit 1974. Je leest de verbazing op zijn gezicht, als hij vertelt over de gouden munten die hij heeft laten slaan met het opschrift ‘Nederland Wereldkampioen 1974’. Omdat Nederland de finale verloren heeft, was hij bang te blijven zitten met zijn handel. Toch vliegen de munten de deur uit, ‘terwijl die van de andere finalist helemaal niet lopen’, aldus de verkoper. Tot zijn spijt moet hij bekennen dat de stempel die nodig is om de munten te drukken, reeds is vernietigd. In 1974 is het een nieuw fenomeen: de oranjegekte. Henny Cruijff, broer van Johan, trakteert sportverslaggever Theo Koomen voor het oog van de camera op een modeshow van door hem ontworpen oranje-mode: lang uitgevallen maar nauw sluitende voetbalshirts die als minirokken te dragen zijn. En zo is er meer.Nog tot het begin van het toernooi, zijn er weinig mensen die de verrichtingen van Oranje iets kan schelen. Nederland speelt voor het toernooi een oefenwedstrijd tegen Argentinië en Arie Haan spreekt zijn verbazing uit op televisie: ‘Als ik zeg tegen mensen: “Zondag is de wedstrijd tegen Argentinië, dan weet niemand waar ik het over heb”’. Kaartverkoper Han Stork heeft de ontwikkeling van de gekte van dichtbij meegemaakt. Het reisbureau waarvoor hij werkt is door de KNVB aangewezen tot officiële kaartverkooppunt voor het WK 1974. Naarmate de Nederlanders verder komen in het toernooi, neemt de belangstelling voor kaarten toe. Voor het toernooi is er nog weinig aan de hand, maar Stork komt al snel in de problemen. De vraag naar kaarten overstijgt het aanbod vele malen. Bussen vol supporters, uitgedost met oranje petjes, maar wel met de stropdas nog om, staan te wachten aan de grens (er is dan nog grenscontrole tussen Nederland en Duitsland). Met oranje vlaggen versierde treinen, afgeladen met uit het raam hangende supporters vertrekken van de Nederlandse stations. Het is voor het eerst dat het volk zo massaal achter het elftal aanreist.Van tevoren zijn de verwachtingen erg laag. Wel een beetje vreemd, als je bedenkt dat de Nederlandse clubs het in het begin van de jaren ’70 goed doen: Feyenoord wint in 1970 de Europacup voor landskampioenen en de wereldbeker, Ajax in 1971, 1972 en 1973 de Europacup en in ’72 de Europese Supercup en de wereldbeker. Het is dus niet zo dat de Nederlanders niet kunnen voetballen, maar het nationale team heeft tot dan toe nog nooit iets gepresteerd. ‘Niemand wist toch wat er te verwachten was’, zegt Eddy Poelmann, die zijn eerste WK als journalist bijwoonde. ‘Hoewel de Europacups van Ajax en Feyenoord achter de rug waren, had niemand enig idee over de internationale verhoudingen’, aldus Poelmann.Het is voor het eerst sinds 1938 dat Nederland meedoet aan een eindronde van het Wereldkampioenschap. Niemand verwacht eigenlijk dat ze zullen presteren. Maar het curieuze voetbal dat Nederland speelt, maakt indruk op iedereen. Wat Nederland onder leiding van trainer Rinus Michels en aanvoerder Johan Cruijff laat zien, is op dit niveau niet eerder vertoond. Totaalvoetbal, waarbij niet alleen de aanvallers meeverdedigen en de verdedigers ineens in de voorhoede kunnen opduiken, maar waarbij iedere speler op elke plek uit de voeten moet kunnen om daarmee een zo groot mogelijke verwarring te stichten bij de tegenstander.Die tegenstander weet inderdaad niet wat hij aanmoet met dit Nederlandse spel. Onbevangen als het is, speelt Nederland een ijzersterk toernooi. Onbevangen en onervaren, omdat deze generatie voetballers geen ervaring heeft met dit soort toernooien. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Duitsers, die in 1966 in de finale stonden en in 1970 derde werden. Zij weten hoe je met de spanningen van een groot toernooi omgaat, voor de Nederlanders is alles nieuw. Goed, mannen als Johan Cruijff, Ruud Krol, Johan Neeskens, Wim van Hanegem, Wim Jansen, Arie Haan en Wim Rijsbergen hebben met hun clubs de voorgaande jaren al het een en ander beleefd, maar op een groot toernooi hebben ze nog nooit samen gespeeld.
-
34. Zitkuil
27 april 2004 (27 minuten)
Bruine en oranje muren, biezen matten, leefkuil, letterbakken, macramé, schrootjes op muur en plafond, jute behang en zitzak. Veel mensen zullen in gedachte teruggaan naar de bonte jaren zeventig. Een tijd die er anders uitzag dan nu: veel minder zakelijk. Onder architectuur- en binnenhuisarchitectuurdeskundigen gelden de jaren zeventig inmiddels als een tijd om hoofdschuddend op terug te kijken. Het waren ‘jaren van verwarring’, ook wel de ‘lullige jaren 70’; om niet te zeggen ‘de lelijkste jaren uit onze geschiedenis’. Wonen kreeg een andere betekenis. Mensen kwamen los en stelden massaal vaste waarden ter discussie. ‘Het was totaal’, vertelt cultureel antropologe Irene Cieraad. De provocerende, studentikoze generatie hoonde eigenlijk alles weg wat tot dan toe op woongebied gebruikelijk was.
-
35. Moerman
11 mei 2004 (30 minuten)
Sinds het overlijden van Sylvia Millecam is de discussie over alternatieve genezers in Nederland weer hoog opgelaaid. Wat hebben handopleggers, kruidenvrouwtjes, magnetiseurs, acupuncturisten, homeopaten etc. eigenlijk te bieden? Door de gevestigde wetenschap worden kwakzalverachtige methodes genadeloos onderuit gehaald. Ze rieken naar winstbejag over de hoofden van wanhopig zieke mensen die vanzelfsprekend elke strohalm aangrijpen. Toch zijn in de loop der tijden uiteindelijk altijd alle mogelijke variaties op het ingestraalde water gedoogd. 'Baat het niet, het schaadt ook niet', lijkt het devies van de overheid. Bovendien heeft de patiënt tenslotte recht op een vrije keuze. Pas wanneer de kwakzalvers de reguliere artsenij in de weg zitten, springen de seinen op rood. Het lopende vooronderzoek rond de dood van Sylvia Millecam van het Openbaar Ministerie richt zich dan ook op de vraag of er tegen Jomanda en andere alternatieve genezers een officieel gerechtelijk onderzoek moet starten op grond van het feit dat zij Sylvia van de geëigende medische kanalen hebben weggehouden. Een soortgelijke klacht in de jaren '50 tegen dokter Moerman, door de Vereniging tegen Kwakzalverij de grootste kwakzalver van de 20e eeuw genoemd, is destijds door het Medisch Tuchtcollege niet bewezen geacht. Desalniettemin liep de discussie rond de zelfbewuste Moerman en de reguliere wetenschap af en toe hoog op. Dat was vooral te wijten aan het feit dat Moerman en zijn aanhang zich niet wilden neerleggen bij een rol in de marge. Moerman was arts en wilde als zodanig geaccepteerd worden. Hij zocht daarom zelf de confrontatie en de discussie met de medische wereld. De rotsvaste overtuiging dat zijn dieet de oplossing van het kankervraagstuk zou zijn, vroeg in zijn ogen om officiële erkenning. Erkenning die hij nooit heeft gekregen.
-
36. Interviews with My Lai Veterans
18 mei 2004 (30 minuten)
Steeds vaker wordt de vergelijking getrokken tussen de oorlog in Vietnam in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw en de situatie in Irak nu. Toen: de strijd tegen het communisme, nu: de strijd tegen het terrorisme, maar in beide gevallen een strijd waarop de Amerikanen langzamerhand de greep aan het verliezen zijn. Aanslagen zijn aan de orde van de dag en wat begon als een snelle, ‘schone’ oorlog, toont langzamerhand steeds meer van zijn gruwelijkheid. En die gruwelijkheid komt vaak niet tot uiting in acties van het leger als geheel, maar door het gedrag van enkele van zijn soldaten. Gelet op de recente gebeurtenissen in de Abu Ghraib gevangenis dringt zich de vraag op: hoe komen soldaten tot het uitvoeren van gruwelijkheden? Regisseur Joseph Strick probeerde er in 1970 achter te komen door vijf Amerikaanse soldaten te interviewen die betrokken waren bij het uitmoorden van het Zuid-Vietnamese dorpje My Lai. Zijn uiterst sober gefilmde documentaire Interviews with My Lai Veterans won een jaar later een Oscar in de categorie beste korte documentaire.
-
37. Bootvluchtelingen
25 mei 2004 (27 minuten)
Bij het krieken van de dag ontdekt kapitein Cees Hoek dat een vissersbootje zich heeft vastgemaakt aan de ankerkabels van zijn schip, de Neddrill 2. Het vissersbootje is volgepakt met 300 Vietnamese vluchtelingen, uitgeput, ziek en besmeurd met kots en uitwerpselen. Thi Ai Nguyen is samen met haar man en vier zoons een week eerder aan boord van de LA9127 gegaan. Zij zit gehurkt met haar jongste zoontje op schoot onder het dek. “We wisten niet waar we heen zouden gaan, we wilden alleen maar vrijheid.” Duizenden Vietnamese bootvluchtelingen die in die tijd hun land ontvluchtten verdrinken in de Golf van Tonkin of worden door Thaise piraten overvallen. Maar het lot van de familie Nguyen lijkt hen beter gestemd wanneer de boortoren van de Neddrill uit zee opdoemt en redding nabij is. Bootvluchtelingen zijn voor het scheepvaartverkeer in de Zuid Chinese Zee een groot probleem. Het opnemen van vluchtelingen kost tijd en geld en leidt tot problemen met de Vietnamese autoriteiten. De Neddrill 2 ligt met ankerkabels vast en boort in opdracht van een Duits/Vietnamese maatschappij naar olie en gas voor de Vietnamese kust. Aan boord bevindt zich een internationale bemanning, waaronder ook Vietnamezen die door communistische politiek commissarissen in de gaten worden gehouden. Het zijn diezelfde commissarissen die zich verzetten tegen elke vorm van hulpverlening aan de bootvluchtelingen. Wanneer op 23 juni de groep van 300 vluchtelingen om hulp vraagt aan kapitein Hoek leidt dat tot heftige discussies. Maar dan begint plotseling de vluchtelingenboot te zinken. Er breekt paniek uit en mensen springen in het water. Thi Ai Nguyen weet zich aan boord te wurmen maar kan in de chaos haar jongste zoontje niet meer vinden. De bemanning komt direct in actie en haalt de drenkelingen uit het water met alles wat ze maar kunnen vinden: sloepen, reddingsboeien, touwen. Alle inspanningen ten spijt kan niet voorkomen worden dat bijna 80 mensen voor hun ogen verdrinken, onder wie ook de jongste zoon van Thi Ai Nguyen. De verslagenheid is groot, ook onder de crew van de Neddrill 2 bij wie deze dramatische gebeurtenis voor jaren in hun geheugen gegrift zal staan.
-
38. Japan en Judo
1 juni 2004 (30 minuten)
23 Oktober 1964, Tokio. Het is de laatste dag van de Olympische Spelen. Op het programma staat de finale van de open klasse bij het judo. Die sport is op aandrang van de Japanners toegevoegd aan de Spelen. Zij hebben het judo zo'n 80 jaar eerder tenslotte uitgevonden en zij zien het als onderdeel van hun cultuur. De gouden medaille, het kan niet anders, die zal voor Japan zijn. Helaas. Het is een Nederlander die ermee aan de haal gaat: Anton Geesink. Het judo zal daarna nooit meer hetzelfde zijn.
-
39. Zwarte Maandag
8 juni 2004 (29 minuten)
Aan de vooravond van een nieuw EU-voorzitterschap keert Andere Tijden terug naar het Europees voorzitterschap van 1991. Dit wordt vooral bekend door het Verdrag van Maastricht. Maar ook door Zwarte Maandag. De aanloop naar dit verdrag verloopt niet vlekkeloos. Op maandag 30 september 1991 gaat het mis; bijna alle Europese lidstaten vegen de Nederlandse ontwerpverdragtekst voor de Europese Politieke Unie van tafel. Dit tegen de verwachting van Premier Lubbers en minister van Buitenlandse Zaken Van den Broek in. In Andere Tijden een reconstructie van de aanloop naar en de afloop van deze "Zwarte Maandag". Een verhaal over de hogere, Europese diplomatie.
-
40. Leni Riefenstahls Olympia
12 augustus 2004 (30 minuten)
Olympia bestaat uit twee delen: Fest der Völker en Fest der Schönheit. Samen is het een bijna vier uur durende sportregistratie, zo kunstzinnig gefilmd en gemonteerd dat hij bij vlagen kijkt als een speelfilm. Die vier uur vallen nog mee in verhouding tot de hoeveelheid opgenomen materiaal. Leni Riefenstahl en haar dertig cameramannen volgden alle 134 Olympische sporten in Berlijn. Bovendien maakten ze niet alleen opnames tijdens de Spelen zelf, maar ook tijdens oefensessies. Zo wist Riefenstahl maar liefst 400 kilometer film te verzamelen. De montage kostte haar twee volle jaren. Maar toen Olympia in 1938 eindelijk uitkwam, was duidelijk dat deze film het wachten meer dan waard was geweest. Olympia won talrijke internationale filmprijzen en geldt nog steeds als een van de beste films aller tijden. Maar ook als een van de meest omstreden. De film is een ‘Fest der Schönheit’, nog steeds een voorbeeld voor sportfilm en -televisie, maar hij is ook te zien als een verheerlijking van de fascistische ‘Körperkultur’, gemaakt door Hitlers favoriete filmmaakster. Riefenstahl heeft altijd volgehouden dat ze zich niet interesseerde voor de politiek van het Derde Rijk, maar haar films pasten op zijn minst uitstekend in zijn propagandastrategie. Haar reputatie was na de oorlog dan ook danig geschaad – tot Riefenstahls grote frustratie. Dat neemt niet weg dat Olympia een belangrijke film is. Riefenstahl experimenteerde hier voor het eerst met volstrekt nieuwe filmtechnieken. Zo liet ze gaten graven naast de atletiekbaan, net groot genoeg voor een cameraman om in te liggen, om de atleten van heel dicht bij van onder af te kunnen filmen. Ze hing een camera aan een grote luchtballon boven het stadion, om de mensenmassa van boven te kunnen filmen. Ze monteerde een camera op een soort katapult, die tegelijk met de sprinters wegschoot op een rails naast de baan. Ze filmde de schaduwen van de sporters in actie. En ze was de eerste die onder water filmde, bij het schoonspringen. In de montage nam ze de vrijheid van de kunstenaar. Ze mengde beelden van oefensessies met de echte Olympische wedstrijden, maakte ruim gebruik van vertraging, monteerde sportsequenties in omgekeerde volgorde als het zo uitkwam, en wist dit alles zodanig met muziek te combineren dat elke beweging een danspas werd. In de documentaire uit 1993 kijkt Riefenstahl nog steeds uiterst tevreden terug op haar meesterwerk Olympia. En echt, verzekert ze de kijker, Hitler was er helemaal niet blij mee. De reden spreekt voor zich: die zwarte atleten waren veel te goed. Leni Riefenstahl overleed in september 2003, op 101-jarige leeftijd. Tekst: Laura van Hasselt Montage: Matthijs Cats