Onlangs heb ik kennis gemaakt met het fascinerende werk van Nederlandse filmmaakster Barbara Meter. Haar werk wordt in de geschiedenis van experimentele film gerekend tot de structurele film, vanwege haar aandacht voor het medium en representatie. Maar waar die filmstroming nogal eens neigt naar een eenzijdige aandacht voor het intellectuele en conceptuele, weet Meter een perfecte balans te vinden tussen reflectie/filosofie en esthetiek.
De belangrijkste thema's die in haar werk terugkeren zijn het medium film, tijd, geheugen, representatie, verleden en identiteit. Haar werk is zeer poëtisch en contemplatief. Door gebruik van compositie, kleur, textuur (8 mm blow-up), juxtapositie weet ze droomachtige, verstilde werelden op te roepen.
Tot haar mooiste werken reken ik:
- Portraits (1972). Dit werk valt te zien als filmisch kubisme. Door split-screen techniek, montage en close-ups creëert de film portretten. De soundtrack is Steve Reichs compositie Four Organs. De repetitieve structuur hiervan werkt goed in combinatie met de montage.
- Appearances (2000). Dit is een van haar bekendste werken. Door het gebruik van foto's en home-movies reconstrueert de film de wereld van de Weimar periode in Duitsland dat haar Joodse ouders ontvluchten voor de WO II. Door juxtaposities van verleden en heden re-construeert Meter haar familiegeschiedenis en haar eigen identiteit. Een meesterlijke reflectie op het geheugen, de persoonlijke geschiedenis in relatie tot de bredere maatschappelijke context en de ongrijpbaarheid van het concept tijd.
- A Touch (2008). De film speelt met de spanning tussen abstractie en representatie; de meest karakteristieke thema van de structurele film. Door technieken als blow-up, over-belichting en camerabeweging wordt de kijker zich afwisselend bewust van het medium (dat representeert) en de voorstelling (de representatie). Dit werk deed mij nog het meest denken aan bAmerikaanse experimentele filmmaker Stan Brakhage.