Will Smith heeft onthuld dat hij in het begin van zijn carrière genoodzaakt was om geld te lenen van een drugsdealer. De acteur kwam in financieel zwaar weer terecht nadat hij een enorme rekening kreeg vanwege belastingontduiking.
Smith organiseerde afgelopen donderdag een evenement in het Londense Savoy Theatre om de release van zijn autobiografie Will te vieren. Hierbij werd hij geïnterviewd door Idris Elba en gaf Smith toe dat hij zeer bewust gehandeld had. "Ik was het niet vergeten, ik betaalde gewoon mijn belastingen niet voor zo'n twee en een half jaar."
'Leverancier van geneesmiddelen'
De 53-jarige Men in Black-acteur kreeg een flinke rekening op de mat nadat hij het had nagelaten om belasting te betalen over de inkomsten van zijn hip hop-track Girls Ain’t Nothing But Trouble, de eerste hit die hij in samenwerking met DJ Jazzy Jeff uitbracht. De gigantische rekening die deze belastingontduiking als gevolg had, zorgde ervoor dat Smith drastische actie moest ondernemen, waaronder het verkopen van zijn huis, zijn auto's en zijn geliefde motor die hij vlak na het winnen van zijn eerste Grammy aanschafte. "Ik moest alles wat ik had verkopen," legde hij uit. "Ik wist dat wat mijn nieuwe leven ook zou zijn, dat het in ieder geval in Los Angeles zou zijn, dat voelde ik. Dus toen heb ik 10.000 dollar geleend van een vriend van me, die een 'leverancier van geneesmiddelen' was in onze buurt."
The Fresh Prince of Bel Air
"Ik leende 10k en ik verhuisde naar Los Angeles," gaat Smith verder. "Een keer deden we shows en probeerde ik wat geld binnen te halen, dus we waren in Detroit en we deden een show. Ik had een man ontmoet die Benny Medina heette. Herinner je je Arsenio Hall nog? Ik begon daarheen te gaan omdat iedereen te gast was bij Arsenio Hall." Kort daarna veranderde het leven van Smith voor altijd nadat hij een verjaardagsfeestje voor Quincy Jones bijwoonde. De beroemde muziekproducent overtuigde hem toen om auditie te doen voor een nieuw script waaraan hij had gewerkt. De titel van dit script was The Fresh Prince of Bel Airen de rest is, zoals ze zeggen, geschiedenis.
Reacties (0)