Dertig jaar na de oorspronkelijke release krijgt Casino eindelijk de waardering die het lange tijd ontbeerde. Waar de film in 1995 met gemengde gevoelens werd ontvangen, groeit nu het besef dat Martin Scorsese hier een van zijn meest ambitieuze en meedogenloze werken afleverde. Niet als herhaling van GoodFellas, maar als een kille, uitgebeende studie van macht, geld en controle.
Een film die lange tijd verkeerd werd bekeken
Bij de première werd Casino vrijwel automatisch vergeleken met GoodFellas. Dat werkte in het nadeel van de film. Waar GoodFellas voelde als een opwindende rit door de onderwereld, kwam Casino over als afstandelijker en zwaarder. De speelduur, de overvloed aan informatie en de emotioneel moeilijk te omarmen hoofdpersonages vroegen meer van de kijker dan velen verwachtten.
Die eerste indruk bleef jarenlang hangen. Casino werd gezien als te veel en tegelijk te weinig: te ambitieus, te berekend, te bewust van zijn eigen grootsheid. Pas bij herziening, los van die vergelijkingsdrang, valt op hoe zorgvuldig de film is opgebouwd en hoe consequent Scorsese zijn thematiek uitwerkt.
De fascinatie voor gokken, toen en nu
De film opent met een bijna hypnotiserende uitleg van hoe een casino functioneert. Niet romantisch, maar mechanisch en onverbiddelijk. Het huis wint altijd, en iedereen daarbinnen voedt dat systeem. Dat perspectief voelt vandaag verrassend actueel.
Ook nu verkennen mensen digitale vormen van entertainment waarbij controle en transparantie centraal staan, zoals buitenlandse online casino’s met duidelijke spelregels en internationale vergunningen. Spelers gaan er steevast op zoek naar een gulle bonus zonder storting bij Nederlandse casino's, om hun kansen zo veel mogelijk te verhogen.
Net als in Casino draait het daarbij om vertrouwen, structuur en het besef dat het systeem altijd een stap voor blijft. Scorsese toont gokken niet als los amusement, maar als onderdeel van een groter economisch web. Dat maakt de film tijdloos. De omgeving verandert, de mechanismen blijven.
Een onthullende herontdekking
Wie Casinovandaag opnieuw bekijkt, merkt hoe weinig de spanning ooit inzakt. De openingsscène zet een toon die drie uur lang wordt vastgehouden. De camera beweegt rusteloos door het casino, langs tafels, tellers en achterkamers. De voice-over van Sam “Ace” Rothstein voelt niet als uitleg, maar als bekentenis. Alles wordt zichtbaar gemaakt, en juist daardoor wordt de illusie ontmanteld.
Wat ooit als afstandelijk werd ervaren, blijkt bij herziening juist gecontroleerd en precies. De film vraagt geduld, maar beloont aandacht.
Personages gedreven door obsessie
Robert De Niro speelt Ace als een man die leeft voor orde en beheersing. Zijn obsessie met perfectie maakt hem succesvol, maar ook blind voor zijn eigen zwaktes. Joe Pesci’s Nicky Santoro vormt het chaotische tegengewicht: impulsief, gewelddadig en onvoorspelbaar. Waar Ace het systeem wil sturen, wil Nicky het breken.
Sharon Stone’s Ginger McKenna is misschien wel het emotionele middelpunt van de film. Haar personage wordt vaak verkeerd begrepen als puur destructief, maar bij herziening valt op hoe gelaagd haar rol is. Ze belichaamt de menselijke schade die ontstaat wanneer geld en status relaties verdringen.
Loskomen van de schaduw van GoodFellas
De herwaardering van Casino komt pas echt op gang wanneer de film niet langer wordt gezien als een opvolger, maar als een zelfstandig werk. Waar GoodFellas verleidt, waarschuwt Casino. Het is Scorsese’s meest kille blik op de onderwereld, zonder romantiek en zonder ontsnappingsroute.
De film laat zien wat er gebeurt wanneer geld geen middel meer is, maar een levensdoel. Alles en iedereen wordt ondergeschikt gemaakt aan dat ene principe. Juist die compromisloze visie maakt Casino vandaag relevanter dan ooit.
Reageren op dit artikel is niet mogelijk.