Alternatieve titel: The Beloved, afgelopen dinsdag om 20:34 uur
De film is te lang en de eerste helft is hooguit interessant omdat het een inkijkje geeft op de filmset: pas na een intense scene in het midden wordt het interessanter. De film is uitdrukkelijk ‘meta’: de regisseur heeft een film gemaakt over een regisseur die een film met zijn dochter maakt en de film gaat inhoudelijk over een verbroken vader-dochter-relatie die wordt geheeld doordat hij uiteindelijk haar echt ziet en erkent en de vorm spiegelt dat door de acteerles dat je meer jezelf moet zijn naarmate de camera dichterbij is waarbij de film of filmset in de film de vader en dochter op afstand filmt en de vader als harde regisseur haar als een ding behandelt maar de film zelf hen juist aldoor van heel dichtbij filmt zodat we dan de ‘ware’ personen zien. En pas door dichtbij te komen – door barrières tussen ons weg te nemen – zien we de pijn van de ander en kunnen we een gezonde relatie krijgen. Dat is een leuk idee maar de film weet er te weinig uit te halen om de lange speelduur te rechtvaardigen.
Na elke avond getracteerd te worden op een virulent anti-Israëlisch narratief in het NOS Journaal waarin slechts aandacht is voor het Eindeloos Lijden van de Palestijn en nooit voor de misdaden van die Palestijn, had ik weinig zin in ook nog een anti-Israëlische documentaire maar ik voelde me aan mijn stand verplicht – mijn grote mond eerder in dit draadje – om toch maar de film zelf eens te bekijken. Dat was een goede beslissing: zoals ik al hoopte is de documentaire eindeloos veel genuanceerder en diepzinniger dan wat onze media bieden omdat de makers zelf Israëli zijn.
Het onderwerp van de documentaire is het ‘systeem’ van de Israëlische oorlogsvoering in Gaza en bouwt geleidelijk op naar een snoeiharde veroordeling van Netanyahu. Maar het eerste deel is nog bijna positief te noemen over die oorlogsvoering: na 7 oktober 2023 was de stemming in Israël dat heel Gaza van de kaart moet worden geveegd maar we leren dat het door AI ondersteunde systeem a) louter Hamas-leden poogt uit te schakelen maar b) omdat die het best kunnen worden uitgeschakeld als ze ’s nachts in bed liggen er onvermijdelijk ook familieleden kunnen worden gedood. Daarbij brengen de inlichtingen in kaart hoeveel familieleden (‘nevenschade’ dus NAZA) aanwezig zijn waarbij er normen zijn hoeveel NAZA acceptabel zijn (voor een gemiddeld Hamas-lid is dat maximaal 20 NAZA) en wat de acceptabele foutmarge is dat het systeem iemand aanwijst die geen Hamas-lid is (dat is 15%). Door middel van AI probeert men steeds nauwkeuriger te doden dus maximaal veel Hamas-leden met minimaal aantal burgerslachtoffers. Wij horen altijd dat het onethisch is om oorlog te voeren met AI en dat er altijd een mens de beslissing moet nemen maar deze documentaire leert dat na zo’n gruweldaad als 7 oktober 2023 juist AI heel veel Gazanen het leven redt want de gemiddelde soldaat zit zo vol haat dat hij het liefst alle Gazanen zou willen doden.
Dit deel bevestigt wat mij betreft de reputatie van het IDF als het meest morele leger ter wereld waaruit in die zin het joods karakter blijkt: men probeert zo veel mogelijk mensenlevens te sparen. Zelfs de soldaten die worden geïnterviewd (die de doelen berekenen en bombarderen) weten dat ze een radartje zijn in de oorlogsmachine maar geven evengoed blijk geven van gewetenswroeging: juist doordat ze niet blind bombarderen maar alles in kaart brengen en telefoons afluisteren om zo veel mogelijk zeker van hun zaak te zijn, zien en horen ze ook de effecten van hun acties dus bv. de kinderen die ze doden. Zoals ook Weil beschreef in L’Iliade, ou le poème de la force (1940), is oorlog in het begin een spel en in onze tijd is dat vrij letterlijk een videospel, waardoor sommige soldaten er intens van genoten totdat ze de dood zagen. Ter contrast: Hamas is waarschijnlijk het minst morele leger ter wereld want probeert juist zo veel mogelijk burgers – zowel Israëlische als eigen burgers – te doden vanwege het PR-resultaat (dode Joden doen het goed bij de achterban en dode Palestijnen zorgen ervoor dat NOS Journaal elke dag bericht over het Eindeloos Lijden van de Palestijn en zo 'de Palestijnse kwestie' levend houdt voor het oog van de wereld). Tegelijk zit er een vreemde paradox in de moraliteit van het IDF: juist omdat het berekent hoeveel burgerslachtoffers het zal doden (om die te kunnen minimaliseren), kun je zeggen dat het bewust burgers doodt en daarmee een oorlogsmisdaad pleegt (vroeger kon je gewoon een stad bombarderen en je schouders ophalen over de burgerslachtoffers want daar had je geen idee van).
Overigens, omdat er heel veel Hamas-leden zijn (“tienduizenden”) betekent het doden ervan dat uiteindelijk toch heel veel Gazanen worden gedood: als we bv. gemiddeld 10 NAZA rekenen en 50.000 Hamas-leden dan ga je naar een dodental van 500.000. Maar dan nog lijkt me de beschuldiging van ‘genocide’ ridicuul: de Palestijnen kunnen vandaag nog het doden stoppen door de wapens neer te leggen en voor vrede te kiezen (dat konden de Joden in de concentratiekampen natuurlijk niet). Hoe dan ook, tot op heden zijn er nog maar zo’n 73.000 Gazanen gedood en een groot deel daarvan lijkt meer te maken te hebben met het tweede deel van de oorlog en van de documentaire: op een gegeven moment werden de Palestijnen naar het zuiden gedirigeerd waarna noordelijk Gaza doelbewust van de kaart werd geveegd door alle gebouwen te verwoesten, inclusief de Gazanen die (op bevel van Hamas maar dat vermeldt de documentaire niet) in het noorden waren achtergebleven. Ook hier geldt dat het IDF berekende waar de mensen zaten om eerst die gebouwen te bombarderen met het minst aantal mensen: het doel was immers niet om te doden maar om iedereen te ‘prikkelen’ het bevel van het IDF op te volgen om naar het zuiden te vertrekken. Noordelijk Gaza werd bewust onleefbaar gemaakt door ook de infrastructuur te vernietigen zodat mensen er ook niet zouden terugkeren. Ik weet eerlijk gezegd niet eens wat hiervan het doel is: ik vermoed om het gebied geheel te kunnen zuiveren van Hamas en een bufferzone te maken maar het effect is in ieder geval etnische zuivering hetgeen mogelijk ook het doel is (zoals ik al eerder schreef is het begrijpelijk dat Israël klaar is met die permanente terreuraanvallen op de burgerbevolking van Israël en de Palestijnen niet meer als buren wil).
Dan volgt er nog een klein deel over de voedseldistributie in het zuiden waarbij IDF-soldaten schieten op de mensen die het bevel van het IDF niet opvolgen maar proberen een short cut naar het voedsel te maken. Aan de ene kant is het begrijpelijk dat het IDF niet kan accepteren dat hun bevel niet wordt opgevolgd maar aan de andere kant is het wel erg wreed en roept het herinneringen op aan hoe nazi’s omgingen met Joden. Dat kan ik helemaal volgen, maar wat mij betreft vliegt de documentaire wel uit de bocht door hier heel uitdrukkelijk de twee aan elkaar gelijk te stellen (‘als de nazi’s slecht waren, wat ben ik dan?’), dit als een ‘genocide’ te bestempelen (terwijl het gaat om een paar Palestijnen per dag die op die manier werden gedood) en in het verlengde daarvan de internationale verontwaardiging te tonen over de oorlogsmisdadiger Netanyahu die aldus wordt geportretteerd als de nieuwe Hitler en als terrorist op basis van z’n eigen woorden (‘terrorisme is het doelbewust doden van burgers voor een politiek doel’) terwijl de documentaire juist laat zien dat het IDF consequent het aantal burgerslachtoffers minimaliseert (op hooguit die paar bij de voedseldistributie na, ook al kun je zelfs dat nog verdedigen omdat er anders chaos zou uitbreken met nog meer doden als gevolg van verdrukking).
De boodschap van de documentaire is – behalve dat Netanyahu voor het ICC in Den Haag moet worden gebracht – dat de oorlogsmachine een wrede, onmenselijke machine is waarbij de soldaat niet domweg z’n bevelen zou moeten opvolgen maar vooreerst naar zijn geweten zou moeten luisteren. Dat is natuurlijk niet realistisch (zo werkt dat niet in een leger of oorlog), maar ik vind het wel een typisch joodse boodschap (wat dat betreft zat ik met mijn verwijzing naar Simone Weils artikel L’Iliade in m’n eerste bericht over de film helemaal goed waarbij de boodschap van de film nog wat uitdrukkelijker resoneert met Arendts ‘banaliteit van het kwaad’: oorlogsmisdaden zijn mogelijk, niet omdat de uitvoerders zo kwaadaardig zijn maar omdat ze domweg de bevelen opvolgen). En wat mij betreft is het een interessant perspectief om welke reden ik denk dat we het jodendom en Israël moeten koesteren: de film laat je in ieder geval nadenken over de spanning tussen moraal en oorlog.
PS. Ik zag er ook wat tegenop om in een zaal vol antisemieten annex Palliewappies te zitten: het publiek zag er echter normaal uit en ook de kwaliteit van de documentaire gaf me hoop dat dat zou kunnen meevallen maar toen de film was afgelopen stond nog wel een man op – ik geloof de enige met keffiyeh – om iedereen op te roepen op 7 oktober op de Dam te komen demonstreren tegen Israël. Dan ben je natuurlijk echt een heel enge antisemiet.
De film is een waarschuwing voor de klimaatcatastrofe die het kapitalisme veroorzaakt, maar ook als je daar niet in zou geloven is de film vermakelijk: het is een komedie (een satire), bewust gemaakt in de stijl van Dr. Strangelove or: How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb (1964) die over de nucleaire catastrofe ging. Ik heb er in ieder geval erg van genoten. De personages zijn karikaturaal en tegelijk tilt de film de gebeurtenissen naar een quasi-realistisch niveau doordat het een toneelstuk blijkt te zijn – dat de vormgeving van hysterische klucht verklaart – dat dan weer plaatsvindt in de toekomst waarin die catastrofe al heeft plaatsgevonden en de wereld heeft veranderd in een apocalyptische, totalitaire woestenij. De film is dus geen toneelstuk over wat zou kunnen gebeuren maar wat al is gebeurd waarbij het personage Digger al uitlegt waarom we de toekomstige methaan-bom niet stoppen: we zijn verslaafd aan de ‘vrijheid’ en de luxe die de olie ons geeft, hetgeen ook resoneert met de dreigende oliecrisis van nu, waarbij de VS in een concurrentiestrijd met China is verwikkeld en dus geen stap terug doen (met Europa als het sulletje van de wereld), hetgeen ook resoneert met de huidige AI-competitie. God dus het geloof moet ons maar redden.
Het metaniveau van het toneelstuk in de film kennen we al van Iñárritu’s meesterwerk Birdman (2014) en Digger heeft ook iets van de gejaagdheid van die film zodat ook Digger enigszins voelt als een opwindende adrenaline rush. En net als in Birdman speelt hier een vader-dochter-relatie doorheen voor een persoonlijke noot in het mondiale drama met een zelfmoord van de hoofdpersoon. Een bijzonder sterk en visueel bepalend aspect van de film is dat de hoofdrolspelers hele oude mensen zijn – je ruikt bijna de lijklucht – wier bijna zichtbaar geworden levenseinde niet toevallig samenvalt met die van de mensheid die ze in ellende storten. Ofschoon de film een komedie is – en een serieus grappige in mijn beleving – portretteert het de mens als tragisch figuur die – vertrouwend op God – niets anders kan dan zijn eigen ondergang bewerkstelligen. Volgens Aristoteles maken mensen kleine fouten in komedies en grote fouten in tragedies, maar net als in Kubricks klassieker is ook deze film waarin de mens catastrofale fouten maakt heel geestig.