-
1. David Platt
7 januari 2008 (56 minuten)
De Rode Duivels hebben in de laatste achtste finale van het WK voetbal Engeland zoek gespeeld, maar een doelpunt is uitgebleven. Voor de penalty's een beslissing zullen brengen, krijgen de Engelsen nog een vrije trap. De stem van Rik De Saedeleer stokt wanneer de boogbal van Paul Gascoigne achter de rug van Franky Van der Elst neerploft, pal op de rechtervoet van David Platt. Nooit heeft een doelpunt bij de Belgische voetballiefhebber een grotere dreun veroorzaakt dan de omhaal van Platt. De verpersoonlijking van het kwaad woont vandaag in een groene long van Manchester en praat voor het eerst uitgebreid over zijn trap uit het niets.
-
2. Frank Vandenbroucke
21 januari 2008 (56 minuten)
In 1999 overblufte Frank Vandenbroucke zijn tegenstanders in quasi elke wedstrijd. Zo ook in de Ronde van Spanje. En de prins van het peloton koos zijn afspraken met de geschiedenis met zorg uit. De wereldberoemde stadsmuren van Avila inspireerden Vandenbroucke tot een aanval die Roberto Heras en Jan Ullrich in vertwijfeling achterlieten. Weinigen wisten toen wat zijn ware drijfveer was: het hart van Sarah Pinacci veroveren.
-
3. Jean-Pierre Coopman
28 januari 2008 (56 minuten)
20 februari 1976 is een mijlpaal in de Belgische boksgeschiedenis. Jean-Pierre Coopman mag het opnemen tegen de grootste bokser aller tijden, Muhammad Ali. Inzet is de wereldtitel bij de zwaargewichten. Coopman verliest kansloos, de kamp duurt amper vijf ronden. Maar tweeëndertig jaar later denkt Coopman nog iedere dag aan Ali, de man die de rest van zijn leven bepaalde.
-
4. Roger Moens
4 februari 2008 (56 minuten)
In 1960 verloor Roger Moens de Olympische finale van de achthonderd meter in de allerlaatste centimeters aan de Nieuw-Zeelander Peter Snell. Had hij te vaak omgekeken? Of was Snell, zoals Moens volhoudt, gewoon te snel? In Rome verspeelde Moens in ieder geval zijn laatste kans op goud. Vier jaar daarvoor had hij, als wereldrecordhouder, al afgezegd voor de spelen. Hij was, in de voorbereiding op een atletiekinterland, tegen een paaltje aangelopen op een tennisveld en had zich daarbij lelijk geblesseerd.
-
5. Jan Mulder
11 februari 2008 (56 minuten)
In zijn drang om Europa te veroveren wendt Anderlecht midden jaren zestig de blik richting het Noorden van Nederland. Jan Mulder, de midvoor van de Winschoter Voetbal Vereniging, wordt in geen tijd de favoriete voetballer van de Brusselse elite. Mulder paart kracht aan efficiëntie, maar maakt ook naam buiten de muren van het Astridpark. Hij is de favoriete voetballer van Jacky Dupont, de koning van de Brusselse nacht.
-
6. Bernard Hinault
18 februari 2008 (56 minuten)
Luik-Bastenaken-Luik van 1980 is wellicht de meest dramatische voorjaarsklassieker aller tijden. Toen de renners 's morgens uit Luik vertrokken, leek er weinig aan de hand. Er vielen wat regendruppels uit de grijze lucht en de matige noordoostenwind trok aan. Tot het weer na dertig kilometer dramatisch omsloeg en Luik-Bastenaken-Luik de allure van een overlevingstocht kreeg. Bernard Hinault, de uitgesproken baas van het peloton, greep de buitengewone omstandigheden van sneeuw en gure zijwind aan om zich de legende in te rijden.
-
7. Londen 1948
25 februari 2008 (56 minuten)
Geen enkele Belgische Olympische ploeg heeft ooit zo sterk gepresteerd als de equipe die drie jaar na de Tweede Wereldoorlog naar Londen afreisde voor de veertiende Olympische Zomerspelen. De Britse hoofdstad organiseerde de Spelen in nauwelijks vier weken. Op de atletiekpiste in het Wembley Stadion werden veertien dagen voor de openingsceremonie zelfs nog windhondenraces georganiseerd. Het belette Gaston Reiff niet, na een weergaloze race op de vijfduizend meter, de onoverwinnelijke Emil Zatopek te verslaan.
-
8. De Broers Geboers
3 maart 2008 (56 minuten)
Zomer 1945. René Geboers, een pas getrouwde fabrieksarbeider uit Balen-Wezel, graaft de onderdelen van zijn motor op die hij voor het begin van de Tweede Wereldoorlog diep in de grond had weggeborgen. Hier begint het verhaal van de crossfamilie Geboers. Sportliefhebbers kennen Sylvain, die in 1969 en 1970 op een haar na de wereldtitel in de 250 cc misliep, en zijn jongere broer Eric, de vijfvoudige wereldkampioen. Maar, Sylvain en Eric hebben nog vier broers, die ook allemaal naam en faam in de motorcross probeerden te maken.
-
9. De Festinatour
10 maart 2008 (56 minuten)
Juli 1998: de renners in de Tour de France zetten de voet aan de grond. Bijna definitief. Nooit eerder hing de toekomst van La Grande Boucle zo aan een zijden draadje. Nooit eerder heeft Tourbaas Jean-Marie Leblanc zo moeten vechten voor het voortbestaan van zijn Ronde. En dat allemaal als gevolg van wat aanvankelijk een 'fait divers' leek: de aanhouding van de Belgische Festina-verzorger Willy Voet aan de Frans-Belgische grens. Twee dagen voor de tourstart in Dublin vinden douaniers in de wagen van Willy Voet een halve apotheek.
-
10. Josip Weber
17 maart 2008 (56 minuten)
4 Juni 1994, het Heizelstadion in Brussel. Twee weken voor de Rode Duivels afreizen naar de Wereldbeker is Josip Weber de held van de natie. De Belgen hebben net Zambia verslagen met 9-0 en Weber, die pas twee maanden Belg is, scoort vijf keer in zijn eerste officiële interland. Iedereen is ervan overtuigd: met deze Kroatische doelpuntenmachine kan België het ver schoppen op de World Cup in de Verenigde Staten. Maar wat als een sprookje begint, eindigt in een nachtmerrie. Josip's naturalisatie en de aandacht die hij in de pers krijgt als de Belgische redder des vaderlands, valt niet bij iedereen in goede aarde.
-
11. Jos Verbeeck
24 maart 2008 (56 minuten)
Vraag een Parijzenaar naar de meest bekende Belgische sporter en de kans is groot dat hij antwoordt: Jos Verbeeck. De Winnetou uit Wolfsdonk heeft vier keer de Prix d'Amérique gewonnen op de legendarische baan van Vincennes. Hoger kun je in de drafsport niet reiken. Het is voorgoed gedaan met de duffe sfeer op de Belgische renbanen als de onstuimige Verbeeck daar begin jaren tachtig voor het eerst verschijnt. "Hij was direct een winnaar", zegt zijn collega en inspirator Marcel Martens. Verbeeck, wiens talent onmiskenbaar is, bluft zich een weg naar de top.
-
12. Eddy Merckx
31 maart 2008 (56 minuten)
Wanneer Eddy Merckx op de voorlaatste beklimming van de dag, de Col d'Allos, ten aanval trekt, is iedereen ervan overtuigd: Merckx is op weg naar een zesde Touroverwinning. Het record van de Fransman Jacques Anquetil komt dit jaar in Belgische handen. Met ware doodsverachting stort Merckx zich in de gevaarlijke afdaling naar beneden en begint met meer dan anderhalve minuut voorsprong aan de slotklim naar Pra Loup. Maar dan gebeurt iets dat niemand voor mogelijk heeft gehouden. Plots stokt het ritme van de Kannibaal, hij komt nog amper vooruit. Tot hun verbijstering zien de achtervolgers Merckx weer voor zich uitrijden.