De 52-jarige Alan Granville wordt vaak vergeleken met de schrijvers William S. Burroughs en Charles Bukowski. Net als hen leeft Granville in de marges van de samenleving: hij is verslaafd aan drugs, dakloos, noodlijdend en schizofreen, om maar een paar van zijn kenmerken te noemen. De eenzaamheid van het stadsleven wordt getoond in simpele zwart-witbeelden.