mister blonde schreef:
Ik prefereer Chaplin nog iets in deze fase, maar het scheelt niet veel. Chaplin is toch door verschillende deccenia (heeft in 5 deccenia geweldige films afgeleverd, Keaton in 1) heen wat veelzijdiger geweest (Monsieur Verdoux, Limelight), was dramatisch sterker (City Lights) en zijn maatschappijkritiek was scherp en komisch (Great Dictator, Modern Times). Bovendien deed hij echt alles zelf in zijn films, waar Keaton naast een inhuurregisseur natuurlijk zelf wel verantwoordelijk was voor de regie en het script (ook waar ie de credits niet kreeg zoals the Cameraman, College of Steamboat Bill Jr.) deed Chaplin ook nog de volledig productie, en componeerde hij de muziek en was hij zelf verantwoordelijk voor alles (geen co-regisseur).
Hmm, ik snap je redenatie, maar ik vind het niet helemaal terecht. Het zou vooral jammer zijn om Keaton het af te rekenen dat Chaplin een langere carriere had dan hem. Keaton was namelijk gewoon minder populair dan Chaplin en kon het zich op een gegeven moment meoilijker veroorloven dan Chaplin. Toen hij dan ook bij MGM een contract tekende (met tegenzin, maar uit noodzaak), graafde hij onbedoelt zijn eigen graf, want MGM was zeker op dat moment niet zo dol op artiestenvrijheid. MGM vond dat Keaton meer met een script moest werken. Ondanks dat zijn voorgaande films scenariocredits hadden gaf Keaton toe nauwelijks met een scenario te werken. Er werd een uitgangspunt bedacht (de bedenker van dit uitgangspunt kreeg dan de scenariocredit) en daarop werd een film bijna geïmproviseerd opgenomen. Er was hooguit een grote lijn uitgeschetst, maar pas op de set werd bedacht hoe een specifieke scène eruit kwam te zien en grappen en stunts werden geregeld terplekke bedacht. Dat maakt de precisie van veel van Keatons shots nog indrukwekkender. Je zou zeggen dat veel van zijn stunts goed gerepeteerd zijn en dat er veel maatregelen genomen werden om de veiligheid van Keaton garant te stellen, maar dit viel tegen. Zoals wel vaker in die tijd was het idee meer om gewoon zo'n stunt gewoon te doen en meteen opnemen. Een of twee keer filmen en op naar de volgende scène. Met zo'n aanpak is het wonderbaarlijk dat er zulke coherente en soms zelfs goed vertelde films als Sherlock Jr. our Hospitality en The General uit zijn gekomen. In andere films, met name The Navigator en enkele shorts, is de improviserende aanpak duidelijk. Dan gaat het verhaal alle kanten in en worden aanvankelijke doelen vergeten. Keaton kwam echter minder goed tot zijn recht toen hij vaste scenario's kreeg waaraan hij zich moest houden. Juist datgene wat de kwalitiet van zijn grappen bepaalde (de spontane improvisatie) werd aan banden gelegd. Bij de eerste film voor MGM, The Cameraman, werd er nog een middenweg gezocht tussen enerzijds een scenario en anderzijds ruimte voor improvisatie. Dit schijnt een goede film opgeleverd te hebben (ik zag hem niet) en het was een groter commercieel succes dan veel voorgangers, maar MGM zag dit als het bewijs dat een scenario nodig was voor Keaton en gaf geen ruimte meer voor Keatons improvisatie. De films werden daardoor steeds slechter (Keaton mocht de scenario's niet zelf schrijven) en Keaton werd depressief en een alcoholist, iets wat pas eind jaren '30 verbeterde, toen Keaton zijn derde en laatste vrouw ontmoette en het voor zijn carriére te laat was.
Daarnaast kun je enerzijds zeggen dat Chaplin een langere carriére heeft gehad, maar anderzijds kun je ook stellen dat Keaton in die korte periode (ongeveer tien jaar) niet eens minder films heeft afgeleverd dan de wat trager werkende Chaplin en dat minstens zoveel Keatons klassiekers zijn geworden als Chaplins. Ontzettend veel grote kunstenaars leveren hun meesterwerken in een relatief korte periode af waarin ze kennelijk een soort stemming te pakken hebben.
Dat Chaplin naast regisseur en acteur ook scenarioschrijver, producent en muzikant is vind ik een leuke bijkomstigheid, maar dat is niet relevant voor een vergelijking van regisseurs en puur op regie beoordeelt wint Keaton het van mij makkelijk van Chaplin. Chaplin was meer een vakman: hij wist hoe hij zijn slapstick op een heldere manier in beeld moest brengen, maar hij filmde zelden echt mooie of innovatieve shots, terwijl Keaton gek was op de mogelijkheden van het filmmedium (iets wat hij vrij expliciet duidelijk maakt aan Sherlock Jr.) en altijd veel gebruik maakte van bepaalde camerastandpunten om bepaalde grappen zelfs maar mogelijk te maken. Dat Keaton zo goed door had wat film te bieden had zorgt er denk ik ook voor dat Keaton juist na zijn tijd (vooral vanaf de jaren '60) weer zo ontzettend goed ontvangen werd. Zijn films zien er soms verrassend modern uit.
Dat Chaplin meer verschillende soorten films gemaakt heeft dan Keaton vind ik wel meevallen. Chaplin ging van eenvoudige romanticus naar maatschappelijk bewuste romanticus. Keaton ging van eenvoudige slapstick naar surrealistische slapstick (al was Keaton zich helemaal niet bewust van surrealisme als kunststroming) en varieerde van losse go-with-the-flow-films (The Navigator), via simpele maar strak vertelde avonturen (The General) naar knappe verhaalfims (Our Hospitality). Ik vind de stap van The Kid naar The Great Dictator of Limelight niet per se groter dan van, zeg, The Navigator naar The General. Toegegeven, Monsieur Verdoux is een compleet andere film dan Chaplin verder heeft gemaakt en Keaton regisseerde nooit iets dat zo ver uit zijn comfortzone lag. Maar het moet daarbij gezegd worden dat Monsieur Verdoux Orson Welles idee was en dat het sterk te betwijfelen valt of Chaplin er zelf ooit op gekomen was. Niettemin, kudos voor Chaplin dat hij het concept ter harte nam. Wat ik wel vind is dat Keatons films mij op kleiner niveau vaker verrassen. Bij Chaplin weet je toch vaak wat meer wat je krijgt en zijn de grappen en verhaallijnen onvoorspelbaarder. Je weet nooit precies waar het eindigt, als het al eindigt, want sommige kortfilms ronden het verhaal niet af, wellicht omdat de improvisatie niet tot een einde leidde en de film toch de bios in moest. Maar Keatons films kunnen ook stoppen met een slechte afloop voor Keaton, terwijl Chaplin er altijd goed vanaf komt. Zelfs als Chaplin het meisje niet krijgt, komt dat door een heldhaftige opoffering van zijn kant. Chaplin is altijd de morele winnaar, wat Keaton uiteindelijk is blijft tot de laatste minuut de vraag.
Daarmee komen we op Chaplins gebruik van drama en maatschappijkritiek, bijna afwezig in Keaton (hoogstens The Paleface, waar Keaton het opneemt voor indianenrechten, komt in de buurt van maatschappijkritiek, maar het lijkt er tegelijkertijd op dat Keaton die situatie ook gewoon koos voor humor; drama zit gewoon nergens in Keaton). Dat Chaplin deze twee elementen gebruikte is tegelijkertijd een plus- als een minpunt voor hem. Zo is het drama soms helemaal raak en weet het oprecht te ontroeren (zeker in City Light en Modern Times), maar op andere momenten wil hij gewoon teveel de tranen uit de kijker trekken. Daarom kan ik The Kid niet uitstaan en ook zeker Limelights gaat tegen het einde wat over the top met sentimentaliteit. De maatschappijkritiek is foutloos in Modern Times en ik heb groot respect voor het lef van Chaplin om The Great Dictator te maken en hij weet daar ook bijna een geweldige satire van te maken. Bijna, want ik vind alleen de scènes met Adenoyd Hinkel werkelijk goed uitpakken. Chaplin gaat daarnaast compleet de mist in met het goedbedoelde, maar misplaatste einde, dat hier tot mijn verbazing vaak geprezen wordt. Voor mij werkt het einde verhaaltechnisch niet, mist het 't doel dat hij probeert te berijken met de rest van zijn film
(let erop dat de speech weinig verteld over het nazisme en onbedoelt zelfs haast meer lijkt op een kritiek op het kapitalisme van dat moment) en wordt het perfecte satire verbroken. En dan is er de maatschappijkritiek in Monsieur Verdoux, die ineens op het einde komt opdraven en interessant is (één handjevol moorden is een misdaad, honderden moorden in de vorm van oorlog, heeft iets heldhaftigs), maar tegelijkertijd wat te simplistisch en je kunt er niet heel veel mee. Meer een poging van leuk geprobeert, maar toch niet helemaal geslaagd. Ik bewonder hier Chaplin dat hij zo begaan was met de wereld en zijn stem wil laten horen, maar zijn intelligentie was uiteindelijk niet zo groot als zijn hart en dat speelt hem parten soms. Persoonlijk verkies ik de meer recht-voor-z'n-raap Trampfilms van Chaplin (zeker de laatste paar: The Circus, City Lights en Modern Times) boven de interessante, grotendeels sterke, maar aan het einde wat falende films als The Great Dictator, Monsieur Verdoux en Limelight.
Op dat soort momenten is het makkelijker om Keaton te waarderen, die donders goed wist dat hij komedies maakte en ook eerlijk heeft toegegeven niet de intentie te hebben meer te doen dan dat. Als hij dan toch buiten de gangbare paden van komedie treedde, zoals in het surrealisme van Sherlock Jr., dan was dat een toevallige bijkomstigheid van de ideeën van de film. Toen Keaton later gevraagd werd waarom hij besloten had een surrealistische film te maken antwoorde hij dat hij indertijd niets wist van surrealisme en dat hij gewoon met het concept dromen aan het spelen was, wat de werkelijke surrealisten toevallig op dat moment ook deden (Dalí en Buñuel waren kennelijk fan van Sherlock Jr.). Het gebrek aan drama en maatschappijkritiek voorkomt ook niet dat Keatons films niet een heel eigen wereldvisie hadden. Ik heb de laatste tijd veel gelezen over Keaton en er komt vooral uit voort dat Keaton meer een recht-door-zee, no-nonsense persoonlijkheid had, iemand die de wereld neemt zoals hij is en probeert door te gaan zolang hij kan. DIt zit ook in de films. Chaplins hoofdpersonen zijn arme, romantische zielen in een harde, gemene wereld die graag een verschil willen maken. Keatons protagonisten leven meer een vreemde wereld waar van alles kan gebeuren en het enige wat je kan doen is proberen te overleven, gewoon doorgaan tot alles goed komt of je overwonnen wordt. Vooral het feit dat de wereld van Keaton vaak zo vreemd is spreekt me aan. De verrassende perspectieven en het innovatieve gebruik van omgevingen lijkt te komen van Keaton de Regisseur die tegen de kijker zegt: "Kijk eens wat de wereld voor een vreemde, onvoorspelbare plaats is". Maar intussen staat daar ook Keaton de Acteur die voor dat alles hoogstens een tel zijn wenkbrauwen optrekt, zijn gezicht strak houdt en snel weer doorloopt.
Dat maakt Chaplin wellicht een gevoelsmens en Keaton meer een rationalist. Misschien bepaalt dat wie van de twee je verkiest? Niet dat een van de twee in zo'n opzicht beter is. Juist dat de twee regisseurs/ komieken zo verschillend zijn maakt ze zo interessant.
Lloyd (nu 16 gezien, maar moet Safety Last en Kid Brother nog) is ook echt geweldig, maar zo goed als Keaton of Chaplin redt ie helaas niet. Ben ook benieuwd hoeveel invloed hij had als regisseur, aangezien hij nooit die credits kreeg en er wel verschil te zien is tussen Newmeyer/Taylor producties, films waar Hal Roach regisseerde (matig regisseur, goede producent) of een andere regisseur (een grote naam als McCarey leverde een veel mindere film af).
Er zijn weinig mensen die Lloyd verkiezen boven Keaton en Chaplin en dat is terecht. Lloyd was goed en ik heb een zwak voor zijn films, maar hij was veel en veel voorspelbaarder dan de twee grootmeesters. Zo gebruikte hij bijna altijd hetzelfde verhaal (jongen ontmoet meisje; door een misverstand moet de jongen zich anders, zongenaamd beter, voordoen dan hij is; maar uiteindelijk blijkt hij óf in zijn schijnrol uit te blinken óf faalt hij in die rol, maar houdt het meisje juist meer van hem als ze weet wie hij werkelijk is - meestal dat laatste einde) en is er weinig wereldvisie in te vinden en vernieuwde Lloyd zich nooit. Chaplin en Keaton zie ik als kunstenaars, Lloyd is een vakman. Maar wel een hele goede vakman die weet hoe hij een komedie moet maken. Voor de duidelijkheid, lloyd had véél invloed op het eindproduct. hij werd nooit werkelijk de regisseur genoemd, maar hij bedacht en choreografeerde in ieder geval alle slapstickscènes zelf en vertelde daarbij de crew, inclusief de regisseur, wat hun taak was. Dus hoe de film er in ieder geval tijdens de slapstick uitzag werd bepaald door Lloyd. Maar nogmaals, Lloyd benaderde dit als een vakman. Waar Chaplin zijn gevoel volgde en Keaton experimenteerde en improviseerde deed Lloyd het volgens het boekje. Hal Roach zei ooit eens: "Harold Lloyd is geen komiek. Hij is een acteur die een komiek speelt.". Hiermee bedoelt hij dat Lloyd geen geboren komiek was. Waar Keaton en Chapin komedie nooit echt hebben hoeven leren en mensen al van kinds of aan aan het lachen wisten te maken heeft Lloyd pas op latere leeftijd besloten komiek te willen worden en het vak vooral geleerd door andere komieken te bestuderen. Dat deed hij verdomt goed, overigens, want veel van zijn werk is gewoon erg grappig. Het vakmanschap van Lloyd voorkomt ook dat zijn films snel echt de fout in gaan, maar het voorkomt ook dat veel magische momenten in zijn werk zitten. Toch had Lloyd ook zijn geïnspireerde momenten, vooral tijdens Safety Last lijkt het, maar ik wil ook vooral Girl Shy en For Heaven's Sake nog eens noemen.
En hier zijn we weer met een belachelijk lang bericht, iets wat ik helemaal niet gepland had (en ik heb me ingehouden). Toch een onderwerp dat me aan het hart ligt kennelijk, die stille komieken. Ik wil hier dan ook vooral afsluiten met zeggen dat de strijd tussen Keaton, Chaplin en Lloyd eigenlijk vooral interessant is om te reflecteren op deze filmmakers. De discussie is leuk en het is onmogelijk om geen voorkeur te hebben, maar uiteindelijk ben ik eigenlijk fan van alledrie.