Tony Takitani.
Laat dit de moeilijkste opdracht zijn in mijn Moviemeter-geschiedenis. Een recensie schrijven over mijn huidige favoriete film. Erg moeilijk vind ik zoiets. Ik kan het ook niet bij Bin-jip, die mij nog steeds zeer nauw aan het hart ligt.
Eerste kennismaking met Tony was vorig jaar toen hij op Nederland 2 verscheen, erg laat. Toen jammer genoeg niet kunnen zien, maar wel op het beruchte 'lijstje' gezet.
Ondertussen voor de vierde keer gekeken. Deze keer met in het achterhoofd dat het nu toch wel tijd werd voor een recensie

. Maar natuurlijk ook omdat ik er gewoon nog eens zin in had. Elke keer toch wel een beetje angstig als je zo'n goeie film herbekijkt dat hij wat gaat tegenvallen of je hem beu gezien bent. Maar zover zit het bij deze toch niet, en dat zal ook wel niet gebeuren.
Wat maakt deze film nu zo magisch? Ja, magisch, want dat is het.
Voor een groot gedeelte ligt dit persoonlijk, emotioneel. Daar ga ik dan ook niet te veel over uitwijden.
De registratie van eenzaamheid. Issei Ogata is de geknipte gast voor de rol van Tony, ik zou me geen betere kunnen voorstellen. Hij straalt dat eenzame uit, en toch ook die sympathie. Verder ook dat verwerkingsproces om zijn overleden vrouw, met die surrogaat-vrouw. En nog zo van die dingetjes waar ik momenteel geen naam op kan plakken. Ik kon me hier zeer in inleven.
Inleven. Jep.
Wat is er zo nog allemaal bijzonder aan Tony Takitani, de film dan.
De manier waarop het verhaal wordt verteld natuurlijk; als een verhaal. Tijdslijngewijs, horizontaal naar rechts wordt het verteld. Als een boek, overgangen als pagina's die omslaan, nieuwe scene, nieuwe pagina.
Een rustige vertelstem, niet Tony zelf, maar een verteller vertelt het verhaal van Tony. Wat mij ook wel iets deed was dat de personages soms het verhaal mee vertelde. Vond ik wel leuk.
Het pianospel ondersteunt de film. Ik zag dit zeker niet als storend ofzo. Rustig, begeleidend en mooi uiteraard.
Ik heb geen enkel lelijk shot gezien in deze film. Vaak in mezelf gedacht van: wauw, wat een compositie!
Mooie scenes zat, maar toch eentje specifiek vermelden. De scene, of misschien beter gezegd shot waarin de
interimvrouw de garderobe-kamer binnentreed, van om en bij de 6 minuten. Ik weet niet precies hoe ik dat moet verwoorden, maar ik vind het zo aangrijpend. Van zoiets krijg ik rillingen, zoals onder andere ook bij die scène met het golven in de achtertuin van
Bin-jip, of wanneer ze bij
Nabbeun Namja op het strand zitten met dat heerlijk nummer van Etta Scollo erbij.
Goh, het is een rustig filmpje, die mij niet verveeld. En da's toch ook wel merkwaardig. Ik kan dit kijken zonder slaperig te worden, zelfs met die rustige muziek erbij. Ik heb niet de neiging om pauzes te nemen, of om ondertussen toch maar wat op internet te zitten en zo verder kijken. Neen, deze houdt me geklemd aan het scherm tot het laatste karakter van de credits is gerold.
Ugh, een betere recensie krijg ik er niet uit. Jammer, want deze film verdient het.
Fantastische naam trouwens, Tony Takitani. Rolt lekker over de tong. 5.0*