Gisteren voor het eerst gezien. En wie een komedie met zwarte kantjes verwacht, krijgt een flinke dreun voor de bek.
Het is gitzwart, en het heeft zeker komische kantjes. Maar toen ik het had gezien voelde ik me ongemakkelijk. Met name vanwege de pedofilie. Ik heb zelf kinderen, en stel je voor...
Maar gedurende het etmaal daarna ontdekte ik dat deze film de hypocrisie ook een flinke dreun voor de bek geeft. Ja, ik mag gerust die pedofiel een klootzak vinden die aan zijn ballen achter een strontkar gesleept moet worden, maar wat messcherp-confronterend is zijn dilemma in beeld gebracht! De dialogen met zijn zoontje zijn werkelijk briljant (kan dat jochie niet alsnog een Oscar krijgen?) en al is het weerzinwekkend, je VOELT de strijd van die man...
Desalniettemin zou ik hem nog steeds aan zijn ballen.. Etcetera...!
Tijdens het kijken schoten me enkele dingen door mijn hoofd. Jim Jarmusch. David Lynch (okay, Lara Flynn Boyle kon dat triggeren) en Mary Hartman, Mary Hartmen (al vóór Louise Lasser in beeld kwam). En daarom blééf ik kijken. Dwars tegen het ongemakkelijke gevoel in dat vooral de pedofiel opriep.
Ik denk dat de boodschap van de film is: niets lijkt wat het is. Dat ideale gezinnetje kan best wel eens wat lijken in de kast hebben. Die succesvolle persoon kan enorm onzeker zijn (de schrijfster). Etcetera.
Ik wil de film t.z.t. nog eens opnieuw bekijken... Eerst even laten zinken.