Heeft zoveel schoonheid nog een 'verhaal' nodig? Na het zien van deze film heb ik het boek er maar eens bijgepakt. Ik heb een uitgave uit 1975, ooit bij De Slegte op de kop getikt, maar kennelijk nooit gelezen, zo bleek mij.
De flaptekst heeft het over het conformisme van de kleine bourgeoisie, dat in de jaren dertig tot het Italiaanse fascisme zou hebben geleid, en voegt daar waarschuwend aan toe: 'Een verschijnsel dat zich nu dreigt te herhalen'. Ja, in de jaren zeventig was het naoorlogse verzet zéér waakzaam.
Bertolucci tovert Moravia's psychologische roman om in een sfeervol feest van licht, schaduw en kleur (rood en blauw!) in een onafgebroken reeks van visueel sublieme scènes, in prachtige interieurs. Het door de flashbackstructuur nogal fragmentarische karakter van de film wordt nog eens extra benadrukt doordat die flashbacks herhaaldelijk óók weer worden doorsneden door andere scènes.
Het resultaat is een steeds van kleur verschietende caleidoscoop van beelden, draaiend rond de episode van de twee mannen in de auto richting de Savoie, zoals de dansenden rond Marcello draaien. Maar Marcello danst niet mee, en ook in de epiloog wordt hij niet opgenomen in de massa voortmarcherenden na de val van Mussolini. Terwijl hij juist tot de massa wil behoren.
Dat is de tragiek van deze figuur, die in het boek - méér dan in de film, denk ik - geschetst wordt als iemand die zichzelf als de mens die hij nu eenmaal is, opgesloten in zijn eenzame worsteling met schuld en een veronderstelde perversiteit, zonder morele bakens, niet kan aanvaarden (hij zit zogezegd in de kast, samen met een 'lijk'

), en zoekt naar een niet bestaande 'heelheid'.
Marcello noemt dat 'normaliteit'. Maar in het boek zegt iemand: 'Allen verliezen we op een of andere manier onze onschuld...dat is normaal'.
Dat is normaal, inderdaad.
Misschien heeft mijn bovenbuurman Apster hier gelijk, en verkiest Bertolucci stijl boven inhoud. Maar ik ben er nog niet uit. Het verband tussen de figuren Lino en Anna (die in het boek nota bene Lina heet!) is intrigerend. Wat te denken van die hoofdwonden? Lino en Anna lijken in de geest van Marcello twee kanten van dezelfde medaille, of van dezelfde steen des aanstoots.
Trintignant en Sanda zijn in deze film uitstekend, maar hoe Stefania Sandrelli haar Giulia, in al haar onnozele, kleinburgerlijke opgewektheid en ééndimensionaliteit, tot leven laat komen, is werkelijk grandioos. Zij is het warmbloedige eiland in een zee van koele berekening, het naïeve kind tussen volwassen poseurs.
Inderdaad een film om steeds weer te herzien.