Noir meets melodrama in deze verfilming van het 18-eeuwse sentimentele pulprommantetje Manon Lescot van patoor Provoost,waarmee Clouzot nog een gouden leeuw won.
De structuur is dus noir:de 2 jonggelieven worden gesnapt als illegale passasgiers op een Exodus schip,en beginnen vervolgens hun verhaal te vertellen.Deze flashback van dik een uur toont wederom het cynisme van Clouzot:het Frankrijk van net na de oorlog lijkt uitsluitend bevolkt te worden door gewetenloos tuig,met als toppunt pooier Reggiani als de broer van Manon(geloof het of niet,maar deze pimp heeft op zijn werkkamer een enorme poster van Scarface hangen-die van Hawks/Muni uiteraard).Verder kunnen wij de intrige rondom een fatalistische held die door een wijfje in een spiraal van destructie terecht komt,toch wel noirish noemen.
In de laatste 20 minuten slaat de sfeer echter om en krijgen we iets wat op lyrische opera lijkt,met alle over the top pathetiek die daarbij hoort.In die mate dat de aandacht wordt afgeleid van de fraaie cinematografie.
Het slot speelt trouwens in de Egyptische woestijn,waar Clouzot wederom toont dat hij zijn tijd vooruit was door Arabieren af te schilderen als aggresieve,moorddadige bruten die zonder enige aanleiding zielige joodjes afschieten.Enfin,hij had na de oorlog iets goed te maken zeker.
Zwakste punt van de film is de titelheldin zelf:haar rol is veel fletser dan die van haar Grote Liefde Desgrieux(film had beter naar hem genoemd kunnen zijn)en acteren kon Aubry sowieso niet.Het ergste is nog dat deze femmelette fatale me qua uiterlijk deed denken aan Mimi uit allo,allo
