menu

Hier kun je zien welke berichten Donkerwoud als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

P'tit Quinquin - Seizoen 1 (2014)

4,0
Vooruit met de mannelijke geit!

Moordmysterie op het Franse platteland. Dumont speelt een vermakelijk spelletje met geijkte genreconventies rond detectives van buiten die familiegeheimen oprakelen in een gesloten dorpsgemeenschap. Commandant Van der Weyden (Bernard Pruvost) is een aartsdommerik die met zijn mannelijke ego verder bij de werkelijkheid vandaan gaat dan dat hij de zaken helder te zien krijgt. Zijn openlijke vozen met motoren en paarden als ware zij gelijk vrouwenlichamen. Zijn 'Vooruit met de geit!' terwijl hij nooit oplossingen weet te vinden voor problemen. Af en toe met zijn dienstrevolver rondzwaaien om autoriteit af te dwingen. Luitenant Carpentier (Philippe Jore) is een fractie scherper van geest, maar vanuit zijn positie als ondergeschikte kijkt hij vooral op tegen het overwicht van zijn leidinggevende. Al gauw blijkt dat de twee onderzoekende typetjes slechts bijzaak zijn in een heel ander verhaal: de sfeerschets van een kleinburgerlijke dorpsgemeenschap.

De kleine Quinquin (Alane Delhaye) is het warme hart van de serie als een aandoenlijk boefje met fotogeniek lelijke tronie, dat zich openlijk afzet tegen elke vorm van autoriteit of gezag. Rotjes gooien naar alles en iedereen. Stoere praat en ronduit pesterig wangedrag. Zijn vader en opa zijn vrouwen hatende bullebakken, maar moeder en oma kunnen vrijelijk uitgekafferd worden. Quinquin heeft met zijn vriendjes een snoeiharde erecode van wat het betekent om een man te moeten zijn. Nooit je gezicht verliezen tegenover anderen. Mocht het toch gebeuren dat iemand je ego krenkt; zorg dat er in groepsverband nog harder teruggeslagen wordt. Meer nog dan dat de plaatselijke moordpartijen van invloed zijn op de coming of age van Quinquin, is de kern juist de complete afwezigheid van enige impact van de heftige gebeurtenissen op zijn eigen persoonlijke leven.

Het bevreemdende van deze serie is dat het draait om een moordonderzoek rond een heuse seriemoordenaar, maar dat de heftige gebeurtenissen weinig invloed lijken te hebben op de dagelijkse gang van zaken van de voornaamste dorpsbewoners. Zij gaan naar de kerk. Zij doen hun plaatselijke songfestival. Zij hangen rond op de plaatselijke kermis. Zij toeteren mee of gooien hun baton op bij de kneuterige fanfare. Schitterend in beeld gebracht in de traditie van lome sfeerschetsen van rustiek plattelandsleven, waarbij je haast zou vergeten dat er een moorddadig sujet op de achtergrond een spoor van lijken achterlaat. Eigenlijk is niemand in deze dorpsgemeenschap erg onder de indruk van het menselijke lijden wat enkele medebewoners treft.

Verwacht geen zinderende suspense waar de actie van het scherm spat, integendeel: de langzame verteltrant straalt eerder de verveling van loom dorpsleven uit. Dumont bouwt meer spanning rond het dorpsgebeuren dan dat het moordmysterie tot beklijvende twists en turns leidt. Een bewuste stijlkeuze, maar wel één die niet bij iedereen in de smaak zal vallen. Zelfs het moordonderzoek is namelijk gespeend van spanning en sensatie, want de twee detectives zijn meestal te dom om bij de kern van motieven en onthullingen te komen. Zij filosoferen meer over de aard van menselijk kwaad, dan dat zij manmoedig de dorpelingen beschermen tegen kwaadaardige invloeden.

Wat de miniserie sterk maakt is hoe het met een absurde, luchtige toon een fictief universum schetst waar moord en doodslag bijzaak zijn. Het moordonderzoek is teruggebracht tot een zinloze exercitie van dweilen met de kraan open in een oneerlijke, ongelijkwaardige maatschappij. Onderhuidse spanning wordt niet opgebouwd door de zoektocht naar de moordenaar, maar Dumont laat juist zien hoe 'het normale' doodeng in elkaar steekt. Hoe gaan de dorpelingen met elkaar om in het licht van gewelddadige moorden? Processen van xenofobie, rassenhaat, uitsluiting, vrouwenhaat en machtsmisbruik worden gereflecteerd in hoe de kinderen elkaar en autoriteiten bejegenen. Pesten en uitdagen. Openlijk, ongegeneerd genieten van het leed van anderen. Zichzelf verontwaardigd indekken als het handelen van anderen deukjes in het eigen ego achterlaat.

In zekere zin valt het in de Franse naturalistische traditie van sfeerschetsen van hoe maatschappelijke onderklassen (laag opgeleid, volks) hun raddraaiers en deugnieten produceren. Toch schetst Dumont nooit direct oorzaak en gevolg tussen moord en maatschappij. Wat hier werkelijk bekritiseerd wordt is de maatschappelijke onverschilligheid waarmee kleinburgerlijk individualisme van massamoord een amusante noviteit maakt. Quinquin's generatie groeit op met een breedgedragen gevoel van verveling en innerlijke leegte. Geloof in gezag en autoriteit zijn weggevallen, terwijl het kwaad gezien wordt als iets wat buiten henzelf plaatsvindt. God noch gebod, slechts de wereld als een te beschouwen speeltuin om de eigen geneugtes te bevredigen. Daarnaast zijn zowel de twee detectives als Quinquin met zijn bende getekend door onlogische gedragscodes, aangeleerd vanuit misplaatst mannelijk ego. Beroepen op mannelijkheid als iets dat eerder vertroebelend dan oplossend werkt.

De combinatie van collectieve onverschilligheid met mannelijk ego creëert een onaangename maatschappij, waarbinnen hardheid tegenover elkaar de norm is geworden. Misschien is de moordenaar wel een uitkomst van die harde maatschappij, maar evenzogoed is de manier waarop goed en kwaad bezien worden door een filter van geamuseerd toekijken, iets waar de westerse wereld (Frankrijk in het bijzonder) vraagtekens bij kan zetten of het tot fijnere omgangsvormen leidt. Hoogst verontrustend poëtisch beeld van een Frankrijk dat bij het uitbrengen nog niet getroffen was door zijn verschrikkelijke aanslagen, maar waar rechts populisme en uitsluitingspolitiek al wel zijn weg vonden naar de nieuwsbulletins.

Pacific, The - Seizoen 1 (2010)

3,5
Mijn kritiek op Band of Brothers was dat ze te weinig de karakters uitdiepen en teveel aandacht gaven aan het oorlogsgebeuren. Guess what? Dat doen ze in The Pacific dus wel, en het maakt de serie eigenlijk vooral veel trager. Kom op zeg, de hoofdpersoon maakt twee liefdesaffaires mee terwijl het zou moeten gaan om zijn tijd in het leger. En dan richten de laatste episodes zich opeens onverwacht op een minder interessant personage.

Wat de serie dan wel weer goed doet is de zinloosheid en de gruwelijke aard van de oorlog in beeld brengen. De verbeten strijd van de Japanners die door blijven knokken terwijl ze eigenlijk al verloren hebben is wrang en intens. Ook is er hier het gevoel van kameraadschap en meeleven met de soldaten die BoB ook tot zo'n memorabele productie maakten. De beste momenten zijn dan ook de hilarische conversaties die de soldaten voeren met elkaar. Lekker sarren en irriteren, of juist onvermoede overeenkomsten vinden in hun gezamenlijke leed.

Het is uiteindelijk een mooie productie, de miljoenen die erin zijn gestoken zie je eraan af, maar uiteindelijk heeft het minder eeuwigheidswaarde dan zijn oudere broertje.

Peaky Blinders - Seizoen 1 (2013)

4,0
Zoals HBO het historische misdaadgenre terug op de kaart gezet heeft met Boardwalk Empire en Deadwood; zo zet de BBC een productie neer die zich qua schaal en acteervuurwerk kan meten met de gelauwerde Amerikaanse werken. Het is vanaf de zinderende openingsscène duidelijk dat er flink wat Ponden tegenaan zijn gegooid om de sfeer van het oude Birmingham tot leven te brengen. Cillian Murphy die op zijn paard galoppeert op een reusachtige set, waarop de figuranten als ratten krioelen om de bedrijvigheid van het smerige industriestadje na te bootsen. Op de soundtrack klinkt de Brit-rock die de anachronistische sfeer oproept van de beruchte mijnwerkersstakingen in de jaren tachtig. Peaky Blinders is punk zonder de hanenkammen, maar met de opgeschoren kapsels, de plofbroeken en de geruite petten uit die tijdsperiode. Fuck the system! (op z'n Brits)

Hoewel het plot wat geforceerde, onwaarschijnlijke wendingen neemt - mede omdat niet alle verhaallijnen de ruimte krijgen in de zes afleveringen- blijft het de rauwe stijl die je als kijker van begin tot eind meesleept in dit hoogst amusante historische epos. De Peaky Blinders zijn een vermakelijke groep straatschoffies die zichzelf opgewerkt hebben tot de snoeiharde criminelen die de plaatselijke ghetto's in handen hebben. Hun stoere macho-praat en gewelddadige uitspattingen worden achter de schermen veel meer gedicteerd door de vrouwelijke familieleden dan het lijkt. Of het echt realistisch is durf ik niet te zeggen, maar de serie is zo geschreven dat de krachtige vrouwenrollen minstens zo invloedrijk zijn als hun mannelijke familieleden. Door de eigenzinnige stijl en de sterke vrouwenrollen levert het een serie op die verrassend historisch accuraat voelt en die toch een toffe eigentijdse uitstraling heeft.

Petticoat - Seizoen 1 (2016-2017)

3,5
Ik ben het gaan kijken op aanraden van mijn jongere broer. Beetje mosterd na de maaltijd na 'Moeder, ik wil bij de Revue' (2012) en 'Goedenavond, Dames en Heren' (2015). Nostalgische set pieces met nostalgische liedjes en een onbezorgd nostalgisch sfeertje. (Je kunt er nog gerust touwtjes uit de brievenbus hangen of fietsen van het slot laten.) Nu met iets meer mensen met andere achtergronden in het straatbeeld, dat gelukkig weer wel. Echt bijzonder is het allemaal niet, maar Abbey Hoes is aanstekelijk als de goedgemutste Groningse die de grootstedelingen eens een poepie laat ruiken.

Pittige Tijden - Seizoen 1 (1996-1997)

3,0
Het paste prima in een programma als Telekids: knullig, provisorisch en met veel nadruk op improvisatie. Denk dat het hielp dat mijn moeder en zus elke avond rond acht uur de televisie kaapten voor GTST. Enige band met 'het origineel' is nodig om hier de lol van in te zien. Al hoef ik het niet te herzien en heb ik nooit begrepen waarom Carlo en Irene dezelfde soort onzin gingen maken voor een volwassen publiek.

Prison Break - Seizoen 3 (2007-2008)

3,0
Eindelijk weer een seizoen Prison Break tussen de muren van een gevangenis. Qua sfeer en intensiteit wordt de avonturen uit Fox River benaderd, of in sommige gevallen zelfs overtroffen. Dat hele aspect van een dictatoriaal regime bij gebrek aan propere guards is een handige toevoeging aan de spanning. Daarbij is er nu eindelijk een waardige slechterik - een vrouwelijke dit keer - en een nieuw karakter wiens loyaliteit te betwijfelen valt ( of toch niet...? ). ''The Company'' is godzijdank weer teruggebracht tot de schimmige organisatie die het ooit was. Alles bij elkaar genomen is het dus een hele behoorlijke reeks, maar toch knaagt er te vaak een gevoel dat we het allemaal wel eens eerder gezien hebben. Dat is vooral te wijten aan de stijltrucs die de schrijvers eigenlijk al in vorige reeksen gebruikt hebben en nu weer in zetten. Het is simpelweg te voorspelbaar geworden voor een kijker van het eerste uur.

Prison Break - Seizoen 4 (2008-2009)

3,0
In dit vierde seizoen geven ze een grappige draai aan de franchise door een soort A-team van helden en schurken te maken. Linc, Michael en co worden gekoppeld aan Mahone, T-Bag, Bellick e.a. Het is deze insteek van een dream team versus ''The Company'' die het toch nog een beetje een frisse vibe mee weet te geven. Toch blijft het een nare nasmaak hebben dat het een steengoede eerste reeks vervolgd wordt met steeds mager wordende vervolgen. Overigens geeft de seizoensfinale uiteindelijk de closure waar je als kijker van het eerste uur zo lang naar hebt gesmacht.

Prison Break - Seizoen 5 (2017)

1,5
Bizar als een campfestijn als het Nederlandse 'Heer & Meester' niet veel slechter is geschreven dan een Amerikaanse miljoenenproductie. De opzet van Scofield in een Jemenitische horror-gevangenis had nog positief uit kunnen pakken, maar om de een of andere reden moest er een zielloos complot omheen geschreven worden rond een verborgen inlichtingendienst. Plotwendingen zie je van mijlenver aankomen. De dramatische ontwikkelingen zijn stupide en geforceerd, met een nadruk op supersentimenteel drama over familiewaarden en trouw. De actiescènes zijn te slap voor een productie die voor het grootste deel om de handelingen draait en niet om het sterke plot. Zelfs de cameo's blijken een teleurstelling als oude bekenden met geen andere reden opduiken dan dat ze even in beeld zijn. Voor mij was T-Bag uiteindelijk de reden om dit seizoen toch te kijken, maar Robert Knepper krijgt niet eens de ruimte om zijn iconische typetje net zo vilein neer te zetten als vroeger.

Project Orpheus - Seizoen 1 (2016)

2,0
Niet lang geleden zou ik je voor gek hebben verklaard als je zei dat er een Nederlandse serie zou komen met een horror-thema. Project Orpheus is in die zin on-Nederlands: ranzige operatietafel gore, straatvechten, demonische krachten uit het hiernamaals, hoofdpersonages met superkrachten. Het is alleen jammer dat alles in een blender gegooid is om zo geforceerd mogelijk bij elkaar te komen. Een consistenter plot, met minder vreemde uitstapjes naar verschillende genre-elementen, zou het misschien beter tot zijn recht laten komen.

Psychoville - Seizoen 1 (2009)

4,0
Bizarre kruising tussen thriller en komedie van de makers van League of Extraordinary Gentlemen. Het wordt soms wel erg vreemd, maar ik kan wel genieten van de heerlijk grove Britse humor. De allerbeste episode van heel Psychoville is David & Maureen. Komieken Reece Shearsmith en Steve Pemberton maken daarmee een hilarische stand-alone episode in stijl en sfeer van Hitchcock. Het concept zou later tot de eveneens amusante reeks Inside No. 9 leiden.

Psychoville - Seizoen 2 (2011)

4,0
De losse eindjes van de eerste serie worden bij elkaar geschreven in een hilarische potpourri van persiflages op filmgenres, totaal geflipte karakters en hilarische slapstick. In veel opzichten nog grappiger dan zijn eerste reeks. Helaas zou de psychoville-koek na dit seizoen op zijn, maar gelukkig zouden Reece Shearsmith en Steve Pemberton de draad weer oppakken met Inside No. 9.