Intruder
Ingeschreven sinds 1 maart 2004
Via dit tabblad kun je zien bij welke films Intruder een bericht als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
4,5
[permalink] geplaatst op 20 maart 2005, 17:33 uur
bevat spoilers, selecteer de tekst om deze te lezenMeesterlijke film. Ik moet zeggen dat ik tot ik de commentaren hier las bijna geen enkel minpunt kon aanhalen. Nadat ik ze had gelezen stelde ik me inderdaad wat vragen bij de geloofwaardigheid (maar niet echt fundamenteel, want ik geloof echt dat in een rechtszaak waar zo'n 'onbeduidend' iemand terechtstaat veel kan gebeuren; het was aan sommige van de juryleden dan ook duidelijk te merken dat ze dit 'soort mensen' liever op de elektrische stoel zagen). Deze vragen stelde ik me echter nog niet tijdens het zien van de film en ze tellen dus niet zwaar door.
De kritiek die ik hier hoorde over stereotypes vind ik daarentegen onterecht. Zo'n jury is een allegaartje van mensen en het lijkt me perfect mogelijk (en zelfs waarschijnlijk) dat zo'n enorme tegenstellingen vaak voorkomen. Ik vond trouwens dat de personages genuanceerd gebracht werden, ook de meer extreme.
De karakters en de dialoog dragen deze film. De personages worden werkelijk een voor een briljant vertolkt en zijn bijzonder boeiend. Zoals al vaak gezegd heb ik nog niet vaak een film zo diep zien graven in de menselijke psychologie en meerbepaald in de manier waarop mensen zich in een groep gedragen. Mensen die eerst amper opvallen beginnen zich te mengen, allianties worden gevormd, en velen kunnen het niet helpen dat ze persoonlijke aspecten in hun oordeel laten gelden. De film toont aan dat oordelen op basis van vooroordelen niet standhouden wanneer ze geconfronteerd worden met een meer verregaande vraagstelling.
Wat ik bovenal prachtig vond is een klein detail. Helemaal op het einde kwam de oude man de naam van jurylid nr. 8 vragen. Hij zegt 'Davis' en de oude man zegt de zijne, en na een blik van werkelijk innige verstandhouding gaan ze elk hunsweegs. Dit moment bezorgde me koude rillingen. Op één kort moment hadden deze twee mensen het gevoel dat zij hun steentje hadden bijgedragen, dat ze iets zinnigs hadden gedaan. Dat gevoel is een van de waardevolste die er zijn.
Kortom, heerlijke film en een verdiende plaats in mijn persoonlijke top-tien. 4,5 sterren.
3,0
[permalink] geplaatst op 12 oktober 2009, 23:43 uur
bevat spoilers, selecteer de tekst om deze te lezenConte d'automne is de laatste in de seizoenen-reeks van Rohmer die ik nog moest zien, en tevens chronologisch gezien de meest recente. Het verhaal van dit herfstverhaal deed me sterk denken aan Conte de printemps: waar in die film een dochter haar vader aan een vriendin probeert te helpen en door die machinaties meer kwaad doet dan goed, staan ook in deze film de pogingen centraal van twee mensen die een goede vriendin aan een levensgezel willen helpen.
We ontmoeten twee vrouwen: Magali en Isabelle. Magali is weduwe, heeft een zoon, en een wijngaard. Het wordt herfst: tijd om de druiven te oogsten, de taak waar ze haar hart aan heeft verpand. Maar is het in haar leven ook niet herfst aan het worden, en dus tijd om nog te genieten van de laatste zonnestralen, de laatste kans om te ontkomen aan de eenzaamheid van de winterslaap? Volgens Isabelle, haar beste vriendin, in ieder geval wel. Isabelle is meer een stadspersoon, houdt een boekhandel open, is elegant, koket, slinks, terwijl Magali eerder direct, bijdehand en zelfredzaam is - en om die reden een hekel heeft aan de afhankelijke vrouwen en vreemde mannen die contactadvertenties publiceren. Isabelle probeert - uitgerekend via een contactadvertentie - een vriend te zoeken voor Magali. De kijker ziet echter hoe ze deze man, Gérald, eerst een tijdje in de waan laat dat zij het is die een vriend zoekt, en pas na een tijd (wanneer Gérald aangeeft interesse te hebben in haar) toegeeft dat niet zij, maar haar vriendin Magali 'op zoek is'. Een gevaarlijk spel, een opwindend spel, waar ze de grenzen van aftast zonder ze te overtreden.
En dan is er nog Rosine, de vriendin van de zoon van Magali (Léo). Rosine geeft echter duidelijk aan weinig voor Léo te voelen; des te meer genegenheid toont ze ten aanzien van Magali, met wie ze een zeer goede vriendschapsband heeft. Ook zij wil ervoor zorgen dat Magali een man leert kennen. Ze probeert haar eigen veel oudere ex-vriend - haar filosofieprofessor - te koppelen aan Magali. Maar ook deze poging is niet vrij van onzuivere motieven: ze wil vooral bevriend blijven met haar ex, zonder dat er een spanning tussen hen blijft bestaan.
Al deze intriges komen samen op het huwelijksfeest van de dochter van Isabelle. Al snel is duidelijk dat het tussen Magali en de filosofieleraar niets zal worden, maar bij Magali en Gérald hangt er meer vuurwerk in de lucht. Rohmer laat uiteindelijk open of ze elkaar zullen tegemoetkomen of niet, maar dat is net mooi: we zijn getuige van de eerste passen, het aftasten, het praten, en dat is voldoende. Wat Rohmer hier doet, is opnieuw hetzelfde als anders, maar opnieuw vraag ik ook niet meer van hem: mensen tonen zoals ze zijn, denken, praten, samenleven, ruzie maken, liefhebben. En, mensen zijn nooit alleen voor Rohmer: ze bestaan slechts in hun onderlinge relaties, met alle tekorten en problemen die die relaties ook mogen hebben. Is er wel zoiets als een zuiver motief, een zuivere liefde, een onbevlekt karakter? Komen zij die bij elkaar horen wel steeds samen, en zijn zij die samenzijn wel zij die bij elkaar horen? Wie zal het zeggen. Bij Rohmer behoeven die vragen helemaal geen antwoord, en van die onbeantwoorde vragen maakt deze man zeer mooie cinema.
3,0
[permalink] geplaatst op 23 december 2008, 14:41 uur
bevat spoilers, selecteer de tekst om deze te lezenConte d’hiver is de eerste film van Eric Rohmer die ik zie. Rohmer stond al een hele tijd op mijn lijstje van regisseurs die ik eens zou moeten ontdekken. Ik ben sowieso een liefhebber van de Franse cinema, en Rohmer leek me toch wel een typevoorbeeld van de ‘Franse school’ – wat natuurlijk een grove veralgemening is –: cinema die, net als het Franse theater, gebaseerd is op tekst en dialoog, die zeer dicht bij het leven (en bij diegenen die dat leven leven) staat, en die in haar eenvoud toch vaak iets groters, iets fundamenteels kan aanraken. Rohmers Conte d’hiver bleek inderdaad aan deze verwachtingen tegemoet te komen, ondanks het feit dat ik ook een groot probleem met de film heb.
Op Imdb schreef iemand dat Conte d’hiver opgebouwd is zoals een muziekstuk: eerst een korte inleiding, een ouverture waarin een thema of melodie wordt geïntroduceerd, vervolgens een langer stuk dat in wezen volledig rond dit thema draait, het varieert en interpreteert, er als het ware rondcirkelt, en tot slot een korte herneming van het beginthema – nu echter ‘vervuld’ en verrijkt door de ontwikkeling van de variaties. Dit beeld lijkt me inderdaad zeer treffend. De film begint met de idyllische beelden van de zomerse romance tussen Félicie, het hoofdpersonage – dat zeer mooi vertolkt wordt door Charlotte Véry – en Charles. Op het einde van die liefdeszomer geeft ze hem per ongeluk een fout adres, zodat ze elkaar uit het oog verliezen. Na deze introductie vangt de eigenlijke film aan, die, ondanks het feit dat er nog een heleboel andere karakters hun opwachting maken, in wezen toch om Charles blijft draaien. We volgen Félicies leven – met haar dochter, het kind van Charles – in Parijs, vijf jaar later. Ze heeft een relatie met twee heel verschillende mannen, Maxence en Loic. Maxence is een eenvoudige, complexloze maar liefdevolle kapper, een veilige haven voor Félicie en haar dochter. Loic is een ‘intello’, zoals de Fransen het noemen: een boekenwurm, maar toch ook een man van de wereld, geen saaie piet. Eigenlijk zijn Maxence en Loic allebei aimabele en lieve mannen, maar geen van beide is goed genoeg voor Félicie, die eigenlijk maar aan één iemand kan denken – Charles.
Zelf vond ik het foute adres als reden voor het verlies van contact tussen Félicie en Charles vrij ongeloofwaardig; wie vergeet er nu zijn eigen adres? Anderzijds is de futiliteit van dit voorval wel belangrijk voor de film: als door zoiets stoms het contact tussen twee mensen verbroken kan worden, dan kan het misschien ook even plots – door een even onbegrijpelijk en futiel voorval – terug hersteld worden? Dit is in elk geval de overtuiging van Félicie, en het is hierrond dat de hele film duidelijk draait. Charles is voor haar geen droombeeld, zo zegt ze zelf aan Loic, neen: hij was een droom die ooit een realiteit is geweest voor haar, maar die nu afwezig is (‘une réalité absente’). Achteraf zie ik steeds duidelijker in hoeveel elementen in de film duidelijk naar dit thema verwijzen. Ten eerste is er de verwijzing naar Plato en de ‘anamnese’. Het was zoals bekend Plato’s stelling dat de ziel ooit in contact geweest was met de ideale wereld van de ideeën; het leven dat de ziel nu leeft – geketend in een lichaam tussen de dingen die enkel maar een bedrieglijke en onvolmaakte afspiegeling van die ideeën zijn – is veel donkerder en ongelukkiger dan dit directe contact met de ideeën. Maar: in dit leven is er wel de ‘anamnese’, de herinnering aan dit volmaakte bestaan. Voor Félicie is dit volmaakte bestaan haar romance met Charles geweest – een romance die zich niet toevallig tijdens een prachtige zomer situeert –, terwijl haar leven nu (het ‘winterse verhaal’, zoals de titel zegt) nooit zo intens en zo mooi kan zijn als het eerstgenoemde. Maar zij leeft in de herinnering, en vindt daarin haar geluk. Daarnaast is er – nog belangrijker misschien – Pascal: de ‘gok van Pascal’ wordt in de film door Loic en Félicie besproken nadat ze een uitvoering hebben gezien van Shakespeares ‘A Winter’s Tale’ (ook zeer belangrijk...). Pascal stelde dat we, aangezien we het bestaan van God niet kunnen bewijzen met de rede, maar beter kunnen gokken dat God er is. Indien God er immers inderdaad is, hoe klein de kans ook moge zijn, zullen we beloond worden voor ons geloof. Indien hij er niet is, hebben we niets verloren door te gokken. Het is duidelijk dat Félicie gokt: ze blijft op Charles gokken, in hem geloven, ondanks het feit dat ze twee andere mannen aan haar voeten heeft liggen. Maar ze wil niets minder dan Charles: enkel van hem houdt ze genoeg, zoals ze zelf zegt. En ze gelooft in zijn ‘reïncarnatie’, als het ware. (In de film zien we Félicie heel vaak op de trein, de tram of de metro, altijd op weg. Ik denk dat dit symbool staat voor het feit dat ze nergens thuis kan komen, behalve bij Charles.)
Hoewel velen het einde van de film waarschijnlijk prachtig zullen vinden, vond ik het een echte teleurstelling. Aangezien de hele film draait rond de afwezigheid – maar om die reden ook de aanwezigheid – van Charles, krijgt hij iets buitengewoons: voor mij was hij niet echt een persoon of een personage, maar eerder een soort beeld, een teken dat zelf geen echte realiteit heeft. Hij bestaat in zekere zin enkel nog voor Félicie, als een lang vervlogen droombeeld waar ze zich toe verhoudt. Daarom hoopte ik ook dat Charles niet zou voorkomen in de film – zijn aanwezigheid kon immers enkel maar tegenvallen, hij is te buitengewoon geworden om gewoon te verschijnen. Maar Conte d’hiver eindigt dus met de toevallige en zeer ongeloofwaardige ontmoeting tussen Félicie en Charles. Wat dan volgt, vond ik echt een teleurstelling. Ze beslissen om samen naar Bretagne te gaan en alsnog een gezin te stichten. Charles is geen haar veranderd, het lijkt wel alsof er geen vijf jaar voorbij zijn gegaan. En plots verdwijnen Loic en Maxence volledig van het toneel. De film eindigt dus met een hoopvolle boodschap: als je maar gelooft, kunnen je dromen uitkomen en kan je diegene waarvan je houdt weer tot leven wekken (zoals in het stuk van Shakespeare). Maar die booschap was nu net degene die ik niet wilde horen. Ze is jammerlijk zeemzoeterig, ondanks het feit dat Rohmer dit effect probeert te voorkomen door ze voor te stellen als iets heel gewoons, bijna banaals zelfs. De emoties blijven vrij onderkoeld, het wordt nergens pathetisch. Maar toch: de ‘moraal van het verhaal’ die Rohmer hier wil overbrengen, is denk ik niet voor mij bestemd: de gok van het geloof wordt zonder meer beloond, zonder weerhaakjes valt alles gewoon op zijn plaats...
Deze kritiek scheelt een slok op de borrel in mijn waardering van deze film, die toch zeker het kijken waard is. Dit was zeker niet mijn laatste Rohmer!
4,5
[permalink] geplaatst op 13 september 2004, 3:21 uurDe sterkste Cronenberg die ik tot hiertoe gezien heb. Het woord 'beklemming' is hier al een aantal keren gevallen, en inderdaad, ik kan het niet beter omschrijven. Psychologische horror doorgedreven tot het uiterste, en weer die typische Cronenbergiaanse relatie tussen lichaam en geest (bv. dat gynaecologische aspect: ik refereer hier naar the Brood en meer algemeen z'n eerste 2 films, Shivers en Rabid). Meesterlijke rol van Irons, echt een sterk staaltje.
Een erg dikke 4 (een 4,5 is dan weer iets te veel).
5,0
[permalink] geplaatst op 8 juli 2004, 0:23 uurIn tegenstelling tot de eerdere reacties vind ik deze film allesbehalve saai. Ik heb nog niet veel films zo diep zien graven in de menselijke geest, onze gevoelens en onze meest verdrukte verlangens. Ik vond het zien van deze film een verschrikkelijk intense ervaring die (inderdaad vrij traag) opbouwt naar een einde dat je verstomd achterlaat. Vijf sterren, zonder enige twijfel.
4,0
[permalink] geplaatst op 23 januari 2011, 19:04 uurThe Fly is samen met Dead Ringers, die tot mijn absolute lievelingsfilms behoort, de beste Cronenberg die ik tot nu toe zag. De film overtrof mijn verwachtingen, die toch al hooggespannen waren, ruimschoots. Ik wist dat ik bij een film van Cronenberg kon uitkijken naar iets meer dan een doordeweekse horrorfilm, en in mijn ogen is hij er hier in geslaagd aan te tonen dat het horrorgenre veel meer mogelijkheden heeft dan wat we doorgaans voorgeschoteld krijgen. The Fly is immers meer dan een bloedfestijn en de - echt afschuwelijke - uiterlijke transformatie van een mens in een vlieg, maar is een menselijk drama, een tragedie over verval en eenzaamheid, die echt tot nadenken stemt.
Seth Brundle is een eenzaam man, die drijft op zijn overmoedige wetenschappelijke ambitie om de wetten van tijd en ruimte volkomen te doorbreken door het ontwikkelen van een teleportatiemechanisme. Hij stoot echter op een grens: hij begrijpt het levenloze, het niet-organische wel, maar slaagt er vooralsnog niet in levende wezens, een levend en bezield lichaam te teleporteren. Hierin zit al onmiddellijk een tegenstelling vervat die in de film centraal staat, namelijk die tussen de koele rationaliteit van Seth en zijn computer enerzijds, en de directe, animale levenskracht van het levende wezen. Die komt Seth pas op het spoor door eerst de liefde te vinden, en ze daarna weer kwijt te raken. Pas wanneer hij uit zijn puur rationele wereld stapt, is hij in staat om het leven te begrijpen en zijn computer zo in te stellen dat het leven 'teleporteerbaar' wordt.
Nu, wat er gebeurt nadat Seth uit zijn machine tevoorschijn komt, interpreteer ik in de eerste plaats als psychologisch en fysiek proces van ontmenselijking. Seth verliest zijn hele identiteit, die erin bestond rationeel en verstandig te zijn. Hij verliest de rede die ons menselijk maakt, maar krijgt aanvankelijk iets moois in de plaats: de directe, vitale en potentieel gevaarlijke kracht van het dier (die natuurlijk in elk mens zit). Hij is daar aanvankelijk heel blij mee, omdat die kracht hem voorheen zo onbekend was. Vanaf nu is hij een hybride wezen: in hem schuilt zowel een redelijk en introvert mens als een onnadenkend en agressief insect. Daarom ontwikkelt hij zulk een verlangen naar 'vlees', naar seks, en krijgen zijn driften steeds meer de overhand. Hij is, met andere woorden, zowel een 'politician' als een 'insect'. Nu, dit vind ik enorm ontroerend aan de film. Seth is een slachtoffer, dat voor zijn naïeve overmoed gestraft wordt met de zwaarst denkbare straf: datgene verliezen wat hem dierbaar is, zijn menselijkheid. Waar hij aanvankelijk geniet van zijn kracht en zijn seksuele lusten botviert, wordt de leegte daarvan al snel duidelijk - voor hemzelf en voor de kijker. Het deed me wat denken aan een dement persoon, wiens identiteit steeds verder afsterft, tot er enkel nog een 'hoopje mens' overblijft - maar voor Seth is het nog veel gruwelijker omdat hij op elk moment ook Seth blijft, nooit volledig insect is, tot op het prachtige einde. Ik voelde dezelfde ontroering die ik ook bij Lynch's The Elephant Man ervoer: hoe misvormd gruwelijk ook, Seth blijft ondanks alles een mens, maar wordt door iedereen (zowel voor als na zijn transformatie) miskend en achtergelaten.
The Fly is een meeslepende, intelligente, gedurfde en bij momenten echt duistere film, die in mijn ogen een heel dubbelzinnig beeld van de menselijke natuur ophangt. Ik zal deze nog vaak opnieuw bekijken!
5,0
[permalink] geplaatst op 12 maart 2005, 21:56 uurOngelooflijk mooie film. Het meeste lijkt me al gezegd: weergaloos acteerwerk, geniale verhaalstructuur (waarin ik zowel het eerste als het tweede deel vond passen: ik heb van allebei evenveel genoten), heerlijke beelden en soundtrack, spitsvondige dialogen. Deze film bevat een aantal scènes die zonder énige twijfel behoren tot het beste wat het medium film tot hiertoe heeft voortgebracht: de schommelscène, de trapscène, en de eindscène op de brug (het silhouet), de scène wanneer Watanabe de zonsondergang bewondert,... Werkelijk, ik was geraakt. Fantastische film.
4,0
[permalink] geplaatst op 2 februari 2009, 21:15 uur
bevat spoilers, selecteer de tekst om deze te lezenZoals ik in heel wat commentaren las, is Journal d'un curé de campagne inderdaad een erg zware film - maar wel een ongelooflijk mooie (schoonheid waar in de berichten hiervoor trouwens zeker al recht is gedaan).
Als kijker beleef je de pijn van de priester mee, zijn onbestemde geestelijke en lichamelijke misselijkheid en vooral zijn diepgaande eenzaamheid. Wat me opviel in de film is de afwezigheid van God. God is niet tussen de mensen, noch in hun activiteiten, en hij lijkt me ook niet in de woorden van de priester zelf te schuilen, die zich juist zo bewust is van zijn leegheid en verlatenheid (echter, misschien wel in de woorden 'tout est grâce' die zo simpel maar toch enigmatisch zijn en de film eigenlijk in een heel nieuw licht stellen).
De film wordt gedragen door de verhouding van de priester tot de personen die hem omgeven: zijn leermeester, de schoolmeisjes, de dokter, de kasteelheer, de kasteelvrouw en hun dochter – wat een personage – en ook tot hemzelf. 'Verhouding', die echter de nadruk legt op zijn absolute eenzaamheid die een loden last op zijn schouders legt en die ook de kijker uit zijn lood slaat. De ziekte van de priester speelt eveneens een enorme rol: ze lijkt een teken te zijn van zijn onmogelijkheid zich in de aarde van het land te wortelen als deel van de gemeenschap, ze maakt hem geestelijk en is toonbeeld van zijn worsteling met zichzelf, de parochie, zijn geloof en God. Hij is geen man uit een stuk, heeft geen leiderschap, is (zoals de kasteelvrouw zegt) inderdaad nog een kind – maar aan de andere kant dwingt hij toch een zekere waardering af (zeker van de dochter van de kasteelvrouw en –heer en van Séraphine).
Uiteindelijk draait de film voor mij om een heel belangrijk gegeven: de onmogelijkheid in de wereld te zijn. Die onmogelijkheid wordt in Journal d'un curé de campagne op verschillende manieren gesymboliseerd: de ziekte van de priester, zijn problematische positie binnen zijn parochie, zijn geloof. – Het feit dat de hele film rond het dagboekgegeven is opgehangen, is hier ook van belang: het fungeert als een anker. Als hij de papieren op het einde, al stervende, op de grond laat vallen, dan symboliseert dit eigenlijk het uiteenvallen van zijn persoonlijkheid, zijn identiteit, en vooral ook zijn band met zijn parochie, de mensen en de wereld. De vraag is dan of er nog iets anders is - maar op die vraag volgt geen antwoord meer.
Prachtige, gevoelige film.
4,5
[permalink] geplaatst op 5 oktober 2004, 21:42 uurWat een prachtige film is dit... Het valt me ook erg moeilijk te zeggen waarom juist. Laat ik maar beginnen bij het begin.
Het verhaal is even simpel als alledaags. Ook de opbouw is vrij rechtlijnig, er zit niks dubbelzinnigs of al te symbolisch in de film, in tegenstelling met films die ik hier misschien mee zou vergelijken (die van Kiarostami en Tarkovsky). De camera volgt gewoon een paar personen doorheen schijnbaar willekeurige momenten in hun leven. Ieder met zijn problemen, zijn karakter, zijn verhaal. De onderlinge relaties en de conversaties vormen de basis van 'Clouds of May'. De verhoudingen en contrasten tussen de karakters onderling vormen in de film (net als in het echt) de kern, de essentie.
De film speelt constant op je gevoel. Vertedering, melancholie, medelijden, verlangen,... Het zijn deze klein-menselijke emoties die het leven en deze film kleuren. Elk personage heeft iets dat appeleert, dat ergens herkenbaar is. Hoewel je niet altijd akkoord gaat met wat ze doen, je kan er altijd begrip voor opbrengen.
Een film die al deze emoties wil tonen moet dat natuurlijk goed doen. Maar dat is net het sterke punt van 'Clouds of May': je rolt in het verhaal, leert de karakters kennen, leert hun verhaal kennen en je herkent er vaak ook jezelf in tot op het punt dat je voelt wat zij voelen. Heerlijk om zo door een film meegesleept te worden.
Nu even weg van het menselijke, naar een ander element dat een dragende rol heeft in de film: de natuur. De landschappen in deze prent zijn werkelijk een lust voor het oog. Het is trouwens niet alleen het beeld maar de symbiose van beeld en geluid die een ongelooflijk gevoel van vrijheid oproepen. Het woeien van de wind lijkt wel vanuit het open raam naast je te komen. Ook de muziek is steeds goed gekozen (alleen op het einde vond ik het wat ongelukkig). Stukken van Schubert, Bach,... die allen perféct aansluiten bij de toon van de film.
De camera wordt gehanteerd met een grote omzichtigheid, met een zeker respect zelfs voor hetgene wat ze observeert. Een oude man die vasthoudt aan het leven, een jongetje dat het probeert te vatten: alles is even mooi in beeld gebracht, en ook de landschappen komen werkelijk magnifiek tot hun recht.
De scènes zijn ook altijd goed gebalanceerd: niet te kort, niet te lang. Bij erg veel films heb ik soms het gevoel dat het net die seconde te lang duurt. Bij deze absoluut niet.
Tot slot nog de acteurs. Zij dragen deze film misschien wel het meest van al. Een voor een zetten ze doorleefde rollen neer. Speciaal heb ik gelet op het kleine jongetje, dat echt de pannen van het dak speelt. Ongelooflijk.
'Clouds of May' was een verademing. Een perfect natuurlijke film die me in de ban had en niet meer losliet tot het magnifieke slot. Een ode aan het leven, een ode aan de kleine dingen, een verhaal van mensen en hun levens, hun problemen, angst en verlangens.
Een pareltje.