Tijdens het kijken naar
A place in the Sun kwam mijn gevoel soms op het idee dat hem maar iets op de mouw werd gespeld. Daarin werd het soms nog eens bevestigd door de aanwezigheid van al te nadrukkelijke muziek. Het riep de indruk op dat er maar weinig vertrouwen was in de verhalende en visuele kwaliteiten van het gebruikte filmmateriaal. Voor alle zekerheid werd daarom waarschijnlijk tijdens de afwerkingsfase een heftig oorsmerend glijmiddel aan de beelden toegevoegd.
Kortom:
A place in the Sun is dus niet mijn soort film. Van George Stevens kende ik al
Giant (’56) en
Shane (‘53), wat ik overigens twee prachtige en geweldige films vond. Een lichte teleurstelling dus tijdens het kijken naar deze film uit 1951 met Clift, Taylor en Winters.
Het is geen aversie tegen het genre dat mij tegen de film innam. Soms is het heel spannend om te kijken naar iets dat zich naast, op of over het randje van een tearjerker bevindt.
Kort geleden, bijvoorbeeld, ontzettend kunnen genieten van een paar films van Douglas Sirk waarbij de tranen ook lekker makkelijk 'spontaan' kunnen gaan biggelen. Maar wat staat dan wel tegen bij deze film?
Gelukkig zaten op de dvd met de film van Stevens ook extra’s. Daarin o.a. interviews van verschilende bekende figuren uit de filmwereld die soms boeiende dingen wisten te vertellen over ondermeer het gebruik van grammatica bij filmtaal. Een aantal vondsten op het visueel vlak zouden voor het eerst in
A place in the Sun zijn gebruikt.
Bij herzien van de film met commentaar van de associate producer Ivan Moffat samen met de zoon van de regisseur, George Stevens jr., werd mijn gevoel over de film nog steeds niet echt door nieuwe verfrissende speldenprikken op andere ideeën gebracht. Het omgekeerde was eerder het geval, er begonnen nog meer zwakke plekken op te vallen. Wat is dat toch? Een in een aantal filmlijsten zeer gewaardeerde film en mijn gevoel wilde er maar niet echt aan.
Josef von Sternberg had het boek
An American Tragedy van Theodore Dreiser, waarop
A place in the Sun gebaseerd is, in 1931 al een keer eerder verfilmd. Deze film was financieel geflopt.
Om de kans op een nieuw debacle te verkleinen werd door Stevens c.s. de keuze gemaakt om het liefdesverhaal tussen een mooi rijk meisje met gespreid bedje en een mooie arme jongen met een onopgemaakt nest sterker op de voorgrond te zetten. Aan de armoedige achtergrond van de jongen zou verder alleen nog maar zeer terloops aandacht gegeven worden.
De inspiratie voor zijn boek had Theodore Dreiser gehaald uit een waar gebeurd verhaal. Bij het schrijven van het verhaal ging het hem meer om het neerzetten van een visie op sociale onrechtvaardigheden dan om het neerzetten van persoonlijke problematiek.
Het boek richt zich vooral op de beschrijving van het 'noeste' leven in The American Tragedy dat scherp wrang wordt afgetekend tegen het 'zonnige' leven in The American Dream.
In het boek schijnt bijvoorbeeld het uiterlijk van het meisje van de werkvloer een stuk aantrekkelijker te zijn dan het uiterlijk van de rijkeluisdochter. Het zet de keuzenproblematiek van de jongen in een heel ander moreel licht.
Het zijn die rigoureuze veranderingen in de oorspronkelijke opzet van het boek die zich op de een of andere manier tijdens het kijken naar het filmverhaal blijven wreken. Allerlei visueel en grammaticaal gegoochel met ellenlange vloeiers en afstandelijke shots, om de verbeelding van de kijker maar het werk te laten doen, willen de film voor mij ook niet echt veel geloofwaardiger maken. Toch is en blijft
A place in the Sun een intrigerende film.
Verrassend trouwens om
ergens (5de alinea) te ontdekken dat Sergei Eisenstein ook plannen heeft gehad om het boek
An American Tragedy van Dreiser te verfilmen zonder een al te verfoezelend escapisme dat aan veel Amerikaanse films kleeft. Helaas, zelfs deze filmhogepriester mocht niet hardop vloeken in de tempels met dromen uit Hollywood.