Dit is een goed voorbeeld voor de moody, donkere films die in de tweede helft van de jaren 50 werden gemaakt, met steeds terugkerende thema's: noodlot vs. heft in eigen handen nemen, problematische familierelaties, post-war trauma's, onmogelijke liefdes, etc. Echt vrolijk wordt je er niet van.
Zeker als je weet dat er op het einde altijd iemand wordt doodgeschoten dan wel zelfmoord pleegt . De schrijvers die hier allemaal voor verantwoordelijk waren, de Pinters en Tenessee Williams van deze wereld, keken echter elke maand weer met een glimlach...naar hun bank account. Goed beschouwd zijn deze films nauw verwant met film noirs van een tiental jaren eerder. Met als allergrootste verschil (afgezien van de geweldige Panavision en Technicolor) dat het focuspunt van de film verschoof van de zelfkant van de samenleving naar dde zelfkant van het individu. En dus voert in Some Came Running het gepsychologiseer de boventoon.
Hoewel erg op niveau wordt geacteerd, met uiteraard Shirley MacLaine verantwoordelijk voor de beste prestatie, krijgt de (te lange) film nergens echt vlees en bloed. Met name de liefde van Sinatra voor Martha Hyer (Gwen) is ongeloofwaardig; en omgekeerd al helemaal. Daar gaat het eigenlijk ook allemaal niet om; het gaat om de woorden niet om de handelingen (ook typisch voor de 'play era', toneelstuk periode). Het gaat erom dat de resencente valt op het boek van de schrijver, en de schrijver op de vrouw die resenceert. Het gaat niet om de geuite "I Love You's" (en das te merken, want die komen er wel zeer met de scriptschrijver papllepel ingegoten uit...ingegoten uit...ook fraai

).
Minnelli, toch een begenadigd regisseur met zijn zwierige, melodieuze cameravoering, kan het allemaal ook niet meer warmte geven. Zijn klasse komt zelden naar voren, maar het allerlaatste beeld,
bij het graf van Ginny, is wel wonderschoon van mis-en-scene; iedereen staat als geportretteerd op een schilderdoek, waarbij Minnelli ze liefdevol een voor een even 'aanraakt' met de camera. Dean Martin doet zijn hoed af (uiteraard!). Wat wel opviel is dat Minnelli bijzonder weinig kiest voor close shots, dan wel close-medium; bijna alles is medium-totaal. Dat is jammer, maar niet ongebruikelijk in panavison jaren 50.
O ja, mooiste scene is wanneer MacLaine valst zingt in een nachtclub.
*** op 5