‘Boccaccio ‘70’ is de visie van de “Grote Vier” van de Italiaanse cinema op vrouwen en erotiek. Hoewel ik nooit van Monicelli of De Sica had gehoord, ben ik zeker geneigd om bovenstaande benaming uit
‘De Telegraaf’ van destijds voor lief te nemen. Stuk voor stuk tonen de cineasten zich meester van hun medium, en ondanks het wisselende succes waarmee dat verloopt, hebben alle kortfilms iets intrigerends. Er broeit altijd wel wat onder het oppervlak…om nog maar te zwijgen van de zwoele vrouwenlichamen die hier verheerlijkt worden. U hoort het, elke man die wat potentie in zijn broek hangen heeft kan niet anders dan smullen…
Vreemd is dat de NRC Handelsblad-uitgave van
‘Boccaccio ‘70’ opent met de film die de selectie geruime tijd niet heeft gehaald. Het gaat om de geestige bijdrage van Monicelli, die typische huwelijksbesognes met de nodige flair ontzettend charmant vastlegt. Veel staat er na het kijken van dit filmpje niet meer voor de geest (behalve misschien de ongelofelijk aanstekelijke jazz-soundtrack), en het tempo had beter gekund; maar al bij al is
‘Renzo e Luciana’ zeker amusant.
(2,75*)
Dan is het de beurt aan Fellini, die van de gelegenheid gebruik maakt om zijn collega’s grandioos te overklassen. In zijn absurde aanklacht tegen de zedendictatuur die eigen was aan zijn tijd kan het allemaal: van een brullende regisseur (kwestie van zichzelf te relativeren), tot een stel dansende negers of een oerkatholieke moraalridder die stiekem het haar van zijn secretaris streelt. Het zit hem hier – tussen de groteske situatie-humor door – vooral in de fijnzinnige details. Ook
‘Le Tentazioni del Dottor Antoni’ sleept echter veel te lang aan, en langzaam ebt de vaart weg uit wat een meesterlijke kortfilm had kunnen worden. Spijtig.
(3,25*)
En toen was er Visconti, in een vreemd verhaal met een stel ontwrichte karakters die zich tergend langzaam door het lot laten overmeesteren. Het uitgangspunt biedt veel kansen, het vrouwelijke karakter (een onweerstaanbare Schneider) staat perfect op punt en haar wispelturigheid heeft iets hypnotiserend, maar Visconti vergaloppeert zich door het ritme wel erg laag te leggen. Ondanks enkele komische “running gags” of fijne details voor opmerkelijke ogen (de man in het verhaal leest bijvoorbeeld
‘Der Leopard’, ongeveer simultaan met deze productie door Visconti verfilmd), wordt het filmpje saai en is de aandacht tegen het einde totaal verslapt.
(2,25*)
Het is de voor mij evenzeer onbekende De Sica die een slot mag breien aan
‘Boccaccio ‘70’. Hij vertelt over de collectieve euforie van een dorpje waar eens in het jaar een prostituee opduikt. Na het nogal zwaarmoedig ingestelde verhaal van Visconti is het luchtige karakter van
‘La Riffa’ meer dan welkom, maar De Sica heeft wat mij betreft gewoon te weinig te vertellen. Een vleugje liefde met een stevige scheut humor, dat is wat we in 3 kwartier krijgen voorgeschoteld. Een hongerig cinefiel wil echter meer voer, zeker na 3 thematisch verwante kortfilms die een stuk meer vlees aan hun botten hebben hangen.
(2,5*)
De teneur die overheerst bij alle kortfilms is er trouwens één van “lange speelduur, weinig plot”. Dat gegeven wreekt zich op elk van de 4 stukken, al blijven ze afzonderlijk overeind dankzij hun fijngevoelige karakter.
‘Boccaccio ‘70’ is vooral een geestige bundeling erotisch getinte kortfilms, meer dan een belangrijk stuk filmgeschiedenis. Op zijn tijd dus best genietbaar…

3*