French Cancan (1954)

7 stemmen | gemiddelde 3,00
Frankrijk / Italië
Komedie /
Muziek102 minuten
geregisseerd door
Jean Renoirmet
Jean Gabin,
Françoise Arnoul en
María FélixHenri Danglard is eigenaar van het noodlijdende café 'Le Paravent Chinois', waar zijn vriendin Lola de Castro als buikdanseres optreedt. Hij reist af naar Montmarte waar de cancan, een ouderwetse dans, nog steeds gedanst wordt. Hij komt op het idee om een revival van de cancan in gang te zetten, om zo meer klandizie voor zijn café te behalen, en neemt de danseres Nini mee voor optredens, maar eenmaal thuis aangekomen wordt Lola jaloers.
3,5
[permalink] geplaatst op 4 maart 2008, 12:49 uurErg kleurrijk en is weer typisch zo'n technicolor en wel te verstaan een van de eerste kleurfilms van Jean Renoir. Het is mooi en origineel, soms een beetje druk maar dat maakt verder niet veel uit.
4,0
[permalink] geplaatst op 3 oktober 2009, 19:12 uurNa The River en Carrosse d'Or wederom een ware triomf in kleur voor Renoir!
[permalink] geplaatst op 29 december 2010, 2:13 uurWederom een halve mislukking in technicolor van Renoir,een mislukking die we moeten toeschrijven aan zijn poging om de film niet geheel te laten afhangen van de sfeer,maar ook nog een verhaaltje te vertellen dat van een vernietigende afgezaagdheid is.U weet wel:a star is born/Ziegfeld follies/moulin rouge etc.,dus de rise and rise van een bakkersmeid die een étoile wordt:kunnen we allemaal wel dromen.Verder zijn alle personages rondwandelende clichés zoals de gepassioneerde Spaanse schone,de reeds gememoreerde ingénue,de playboy die het Licht van de Liefde ziet,de jaloerse minnaar enz.Wat het karakter van Moulin Rouge(want daar gaat het verhaal dus over) oprichter Gabin betreft:hij komt te veel over als een goudeerlijke zij het handige jongen,daar waar we een gladjakker zouden mogen verwachten.
Dat wat de minpunten betreft:de pluspunten zijn uiteraard het technicolor gebruik,het hoge tempo en de onvergetelijke laatste 20 minuten die een lofzang zijn op het Parijse nachtleven en worden begeleid door de onvermijdelijke klanken van Offenbach.
Renoir citeert ook flink uit de fin de siècle schilderkunst van Degas,Renoir sr. en allicht Toulouse-Lautrec.We moeten de film dan ook niet alleen zien als een hommage aan la vie Parisienne,maar als een liefdesverklaring aan de hele Franse cultuur,of liever beschaving.Vooral die frivole elementen die absoluut contrasteren met de Engelse of Duitse cultuur(de oorlog was nog niet te lang voorbij)