Ambitieus project van een nogal naïeve zeurpiet.
Cyrus Frisch verafschuwt gewelddadige en anderszins moreel verwerpelijke televisiebeelden. Hij betoogt (weinig steekhoudend overigens) dat hij toch zeker het recht heeft niet iedere keer als hij een tv aanzet geconfronteerd te moeten worden met grafisch in beeld gebrachte onthoofdingen en longtransplantaties.
Wat een zeurpiet hè? Maar daar blijft het niet bij. Hij verzamelt een stel “verloederde outcasts” en laat ze allemaal nare dingen doen. Hetzij in de schouwburg, hetzij voor de camera. Hij doorboort volgens eigen zeggen de grens van het acceptabele.
Ambitieus hè? Maar daar blijft het niet bij. Hij denkt te kunnen choqueren. Te kunnen confronteren. Dingen teweeg te kunnen brengen.
Naïef hè? Het lukt ‘m dan ook niet. Dat blijkt vooral tijdens het
toneelstuk. Toneelstuk? We hebben het toch over een film? Jazeker, maar deze film heeft een rijke geschiedenis.
Het begon allemaal in 1998, met Jezus/Liefhebber, het toneelstuk.
Opnames daarvan waren in datzelfde jaar te zien op het IDFA.
Zowel het toneelstuk als Geen Titel leverden niet genoeg controverse op. Tayama zegt het al:
Het publiek kijkt toe, de een met een glimlach, de ander met verbazing.
Dat was niet de bedoeling van Frisch! De kijker die glimlacht, zich hooguit een beetje verbaast… Kom nou, is dat alles?
Daarom Vergeef Me. Want naast beelden van het toneelstuk bestaat deze film met name uit gesprekken met de outcasts. En geen gewone gesprekken, nee nee, maar gesprekken met de duivel. Frisch stelt zich op als Faust en behandelt de outcasts – oké, het blijven mensen – als marionetten. Hoe controversieel!
Misschien had het allemaal meer indruk gemaakt als Frisch er niet zo’n visueel wanfestijn van had gemaakt. Hier en daar werkt de grofkorrel, maar in veel meer scènes zijn de beelden alleen maar ergerlijk. Op een gegeven moment is de
film (2) op, maar wordt er wel doorgegaan met filmen. Ik kan je vertellen, dat levert bijzondere lelijke cinema op, maar meer dan dat is zo’n scène respectloos. Ik als kijker neem wel de moeite om je film te kijken, daar mag je best rekening mee houden. Eikel.
Ironisch genoeg is de eindscène dan ook de meest memorabele.