Nog geen berichten bij deze laatste grote stille film van één van de vier groten van de Russische stille cinema. Was gisteren op Arte. Deze film om de 10e verjaardag van de Russische Revolutie te vieren is het minder bekende slotstuk van Pudovkins triptiek met
Mother en
The End of St. Petersburg. Dit op locatie gedraaide werk - wat het documentaire waarde verleent - werd in eigen land van Formalisme beschuldigd en bij export werden scènes en tussentitels die de bezetter als Brits identificeerden weggesneden, om ze te laten doorgaan voor Wit-Russen. Eerst over enkele scènes, dan een aantal algemeenheden.
Een eerste hoogtepunt is de scène van de vachtverkoop op de markt. Bair komt in opstand tegen de uitbuiting door de Britse kapitalist (met enorme bontjas - waar hij later spottend in vast zit - en dikke sigaar). Die close-ups! Tussentitel: 'Bloed van een blanke gevloeid!' En een meesterlijke montage met die trommels. Ijzige compositie van de legersalvo's en de vlucht van Bair in de weidse toendra.
Vanuit kikvorsperspectief het gevecht op de spitse rots. De revolutie is ontketend. En altijd weer die goede ritmische montage, zoals de paardenvlucht die hierop volgt. De vreugde in het kamp slaat om in de sterfscène en oproep van een strijdmakker, lyrisch gemonteerd met de ondergaande zon.
Een van de beste montages uit de film is die tussen de handelingen bij het klaarmaken van de Britse kapitalisten en deze van de voorbereidingen in het boeddhistische klooster, waar ze hun diplomatieke eer gaan betuigen in de volgende scène. Het blazen van het haar, scheren, poetsen van de laarzen, weelderige parfumwolken! Wat een montage. Idem met de ceremonie in het klooster: die maskers(!), koppen van standbeelden, de dans, de instrumenten. Het eerbetoon wordt satirisch tussen het stelen van het vee gemonteerd. Net als de gevechten met de Roden en de hypocriete vriendschapsspeech.
De indrukwekkende executietocht door kale vlaktes met enkele dorre bomen monteert Pudovkin op dramatische wijze tussen de ontcijfering van de tekst uit Bairs medaillon. Er ligt "al" Tarkovskiaanse modder voor hun kamp.
Met wat bloederige slagerschirurgie lappen de Britse imperialisten Bair op tot hun vazal. Als een marionettenpop steken ze hem in een kostuum. Hij staat symbool voor de algemene uitbuiting, maar is ook stichtend en exemplarisch voor de gepropageerde revolutie: hij weigerde een laatste sigaret van hen en later een glas water. Hij blijft zich verzetten, maar zit net als in de daaropvolgende aquariumscène gevangen, happend naar vrijheid.
Een volgend hoogtepunt is de confrontatie met zíjn pels en de handelaar van in het begin. Die kale kop, die ogen!
Als een samurai barst hij ten slotte uit in een
climax met flitsende montage (inclusief met de tussentitels) en
imposition. De totale revolutie is ontketend in het hol van de leeuw.
Ze blazen de Britten symbolisch als een wervelwind van hun grondgebied.
Door de picturale kracht en boude kinetische montage (i.t.t. de hýper-kinetische Bourne -of Bay-frenesie van vandaag) zakt dit twee uur durende visueel gedicht niet in. Want het klopt dat Pudovkin lyrischer is dan Eisenstein en zijn confraters. Meestal aanvaard je bij die vroege klassiekers dat ze belangrijk zijn geweest, maar mede daardoor zie en voel je het hier ook echt.
Ook nog een woord van lof voor de erg gevarieerde muziekscore - die telkens gepast is naargelang de setting - van Bernd Schultheis uit 2007 (deed ook
Metropolis en
Faust). Hier geen loos repetitief pianogetokkel.
Zwijgen is goud.