Een oorlogsfilm van de Oliveira, dat is even met de wenkbrouwen fronsen. Vooral bij de actiescenes die er vrij rommelig uitzien. de Oliveira zegt er zelf over dat de oorlogscenes juist zo historisch correct mogelijk zijn gefilmd en dat hij wat tegenvallers had, waardoor hij niet het juiste aantal figuranten kon inzetten, maar dat praat het nog niet helemaal goed. Compensatie is er natuurlijk wel.
In de vorm van vaste gasten Cintra en Doria die onverstoord hun personages gestalte geven. (ja, ze spelen er meer dan 1) en een paar geweldige mystieke momenten. Ook de oorlogscenes hebben op hun beste momenten iets poetisch waardoor de rommeligheid wat minder stoort. Een scene
waarin een tegenstander in afrika huilend met een bebloede buik loopt zorgde zelfs voor regelrechte huiver van mijn kant.
Verder is de film eigenlijk een grote mijmering over de geschiedenis van Portugal en haar oorlogs en kolonisatie verleden.
Hierdoor wordt het al snel wat fragmentarisch en is het ook niet zo stijlvast. De balans tussen serieus en de oliveira's bekende gevoel voor humor is er niet altijd, waardoor de film de neiging heeft onbedoelt grappig te worden, terwijl dat in sommige scenes juist weer wel duidelijk de bedoeling was. Zeer ambitieus project dus deze film, die deels geslaagd is, en deels te groot is voor het budget van de film en de bescheiden verteller die de Oliveira in feite is.
Alhoewel zo bescheiden is hij trouwens helemaal niet. Toen hem gevraagd werd wat hem nog steeds drijft films te maken was zijn antwoord: A va gloria de mandar
