"Alles wat je voor een film nodig hebt is een meisje en een pistool", zei Godard ooit. Ook is hij in navolging van het Italiaanse neo-realisme samen met zijn broeders en zusters van de Nouvelle Vague één van de eerste filmmakers die aantoonde dat je met een minimum aan middelen een film kunt (en moet) maken. En dan ook nog een film die door de Franse overheid drie jaar in de ban werd gedaan en niet vertoond mocht worden.
Toch knap voor een 'amateurfilmpje'
Genie of niet, Godard's stempel op de hedendaagse film is absoluut en onmiskenbaar. Niet alleen in de filmvorm (uiteraard
a Bout de Souffle), maar ook wat betreft de maatschappelijke en ethische functie van film, en daar is
Le Petit Soldat een uitstekend voorbeeld van.
Een andere beroemde uitspraak van Godard komt uit deze film:
"fotografie is de waarheid, film is 24 keer per seconde de waarheid".
Een steeds terugkerend thema in de films van Godard: 'wat is de rol en functie van film in het weergeven van de (wrede) werkelijkheid' komt in deze film al bovendrijven.
Godard registreert. Zonder toeters en bellen, maar vooral bijna emotieloos. Godard is de camera. Er gebeuren dingen, de camera is er bij (soms letterlijk zelf in beeld), legt ontwikkelingen vast, maar oordeelt niet.
Godard verpakt het ook niet in kunstmatige sets of belichting. Alles is echt; de locaties, de omgeving, het licht. Er zijn geen sets. De enige beeldmanipulatie vindt plaats via de camera die bepaalt waar de toeschouwer zijn blik op moet richten.
Ja, er wordt ondersteunende muziek gebruikt, maar niet in de cruciale scènes, bijvoorbeeld de martelingscene. De kracht van die scene komt helemaal uit de volkomen natuurlijke mis en scene, het spel, en de klinische registratie door Godard/camera. Geen oordeel, geen veroordeling, het is zoals het is.
Aan het eind valt Godard echter uit zijn rol, door de opname van een bijna 5 minuten durende politieke monoloog van hoofdrolspeler Michel Subor. Gelukkig erkent Godard zelf ook dat hij nu de 'regels' overtreedt, want hij laat Subor op een bepaald moment recht in de camera spreken, waarmee Godard lijkt aan te geven dat we hiermee (tijdelijk) uit de film stappen. De monoloog is trouwens een verwarrende brei van filosofische, politieke (maoïstische) en ideologische mantra's. Het komt ongetwijfeld uit een goed hart, maar inhoudelijk is het bijna gênant naïef.
(Daarnaast is de film een openlijke liefdesverklaring aan Godard's toekomstige vrouw Anna Karina, die hij wederom via fotograaf Subor zo vaak en zo mooi mogelijk in beeld brengt. En da's ook niet zo gek, want het is ook een
waanzinnig mooie vrouw. Maar da's weer een ander verhaal)
Of Godard een genie is weet ik niet, maar als fenomeen heeft hij ontegenzeggelijk zijn stempel op de moderne film gezet, en daar is
Le Petit Soldat weer een fraai voorbeeld van.